De zaak in het kort
In deze rechtszaak voor de rechtbank Amsterdam stonden [verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegenover de Vereniging van Eigenaars (VvE) van hun wooncomplex. De verzoekers vroegen om de vernietiging van een besluit van de VvE dat betrekking had op de reservering in het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor werkzaamheden aan de gevel en buitenkozijnen, die gepland stonden voor 2036. Zij voerden aan dat deze reservering onterecht was en dat de kosten die hiermee gepaard zouden gaan hun economische belangen schaadden.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] op 23 mei 2025 indienden bij de rechtbank. Hierin vroegen zij specifiek om de vernietiging van een besluit dat was genomen tijdens de VvE-vergadering op 29 april 2025. Deze vergadering had betrekking op het MJOP, waarin onder andere een tekort van meer dan één miljoen euro was voorzien voor werkzaamheden aan de gevel en buitenkozijnen in 2036. De verzoekers waren van mening dat deze werkzaamheden pas in 2043 nodig zouden zijn, zoals ook uit onderzoek van CRM Earth in 2023 bleek.
Tijdens de mondelinge behandeling op 28 oktober 2025 lichtten de verzoekers hun standpunt nader toe. [Verzoeker 2], die tevens bestuurder van de VvE was, en de vertegenwoordiger van de VvE-beheerder, Arlanda VvE Beheer, waren aanwezig. De discussie concentreerde zich op de juistheid van het MJOP en de economische impact van de geplande reserveringen op de waarde van de woning van de verzoekers.
De feitelijke context van de zaak betreft een gebouw dat in 2006 is gesplitst in veertien appartementsrechten. [Verzoekers] bezitten sinds 2007 het appartementsrecht dat hen exclusief recht geeft op het gebruik van een woning op de tweede verdieping. Eigen Haard, een woningstichting, bezit de overige appartementsrechten.
In 2023 werd er een nieuw MJOP vastgesteld, dat een tekort voorspelde voor de komende jaren, met name voor 2026 en verder. De VvE besloot in 2025 tijdens een vergadering om bepaalde schilder- en gevelwerkzaamheden door te voeren, maar stemde niet in met de geplande werkzaamheden voor 2036 zonder eerst een conditiemeting van de gevels te laten uitvoeren.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter beoordeelde het verzoek tot vernietiging van het VvE-besluit op basis van de redelijkheid en billijkheid, zoals vereist door het Burgerlijk Wetboek. Artikel 2:15 BW stelt dat een besluit vernietigbaar is als het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, of als het niet in lijn is met de statuten van de rechtspersoon.
De rechtbank overwoog dat de geplande werkzaamheden in het MJOP, volgens een eerder onderzoek, pas in 2043 nodig zouden zijn, en dat de VvE geen nieuw onafhankelijk onderzoek had laten uitvoeren. Hierdoor bleef onduidelijk of de werkzaamheden daadwerkelijk in 2036 moesten plaatsvinden. Dit bracht de kantonrechter tot de conclusie dat de VvE het besluit van 29 april 2025 niet in redelijkheid had kunnen nemen. Het verzoek tot vernietiging van het besluit werd daarom toegewezen.
De kantonrechter bepaalde verder dat een nieuwe vergadering van eigenaars noodzakelijk was om nieuwe besluiten te nemen over de staat van onderhoud van de gevels en de bedragen in het MJOP. De overige verzoeken van de verzoekers werden afgewezen omdat de kantonrechter daar niet toe bevoegd was.
De VvE werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van €157,50 aan de verzoekers, inclusief griffierecht en nakosten. Deze beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE direct aan de veroordeling moet voldoen.
Samenvattend oordeelde de rechtbank dat de VvE niet zorgvuldig genoeg te werk was gegaan bij het reserveren van grote bedragen voor toekomstige werkzaamheden, zonder voldoende onderbouwing of onderzoek naar de noodzaak daarvan. Hierdoor werd het economische belang van de verzoekers onterecht geschaad, hetgeen leidde tot de vernietiging van het besluit.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




