De zaak in het kort
In deze zaak hebben twee appartementseigenaren, [verzoeker 1] en [verzoeker 2], een verzoek ingediend bij de rechtbank Amsterdam om een besluit van de vereniging van eigenaars (VvE) te vernietigen. Het besluit betrof de goedkeuring van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) met uitzondering van geplande gevelwerkzaamheden in 2036. De eigenaren verzochten om deze toekomstige werkzaamheden en de daarbij behorende financiële reserveringen uit het MJOP te schrappen. De rechtbank heeft het besluit vernietigd omdat het in strijd was met redelijkheid en billijkheid, zoals vereist door het Burgerlijk Wetboek.
Het verloop van het proces en de feiten
De eigenaren van het appartementsrecht met index A8, [verzoeker 1] en [verzoeker 2], dienen sinds 2007 als eigenaars en zijn betrokken bij de VvE van hun woongebouw. In 2023 werd een meerjarenonderhoudsplan en een liquiditeitsprognose opgesteld voor de periode 2023 tot 2036, waarin een financieel tekort werd voorzien voor 2026. Dit tekort was voornamelijk te wijten aan geplande gevel- en buitenkozijnenwerkzaamheden. Tijdens een vergadering van de VvE op 29 april 2025 werd besloten om dit onderhoud te realiseren, met een specifiek bedrag gereserveerd voor schilderwerkzaamheden in 2025.
De eigenaren verzochten de rechtbank om het besluit van de VvE te vernietigen met betrekking tot de goedkeuring van het MJOP voor de werkzaamheden in 2036. Zij baseerden hun verzoek op een onderzoek uit 2023 door CRM Earth, dat aantoonde dat de staat van de gevels en buitenkozijnen uitstekend was en dat dergelijke werkzaamheden pas in 2043 nodig zouden zijn. De eigenaren stelden dat de in het MJOP opgenomen bedragen onrealistisch waren en dat deze hun eigendommen aanzienlijk in waarde deden dalen. Zij vreesden dat dit hun verkoopmogelijkheid negatief zou beïnvloeden.
Tijdens de mondelinge behandeling op 28 oktober 2025 verduidelijkten [verzoekers] hun standpunt en beantwoordden zij vragen van de kantonrechter. Zij betoogden dat de geplande werkzaamheden op een te vroeg tijdstip waren vastgesteld en onvoldoende onderbouwd waren.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beoordeelde de verzoeken van [verzoekers] aan de hand van artikel 2:15 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat een besluit van een rechtspersoon vernietigbaar is indien het in strijd is met redelijkheid en billijkheid. De rechtbank moest bepalen of de VvE bij het nemen van het besluit de belangen van alle betrokkenen op een redelijke en billijke manier had afgewogen.
De kantonrechter oordeelde dat het MJOP een overzicht biedt van de vereiste onderhoudswerkzaamheden en de daaraan verbonden kosten. De rechtbank stelde vast dat, hoewel het MJOP werkzaamheden voor 2036 voorzag, deze volgens het CRM Earth-onderzoek pas in 2043 nodig zouden zijn. Bovendien was een eerder afgesproken onderzoek naar de staat van de gevels nog niet uitgevoerd, wat de noodzaak voor de geplande werkzaamheden in twijfel trok.
De rechtbank concludeerde dat de VvE niet op een redelijke wijze tot het besluit van 29 april 2025 had kunnen komen en dat het besluit in strijd was met de redelijkheid en billijkheid. Daarom werd het besluit vernietigd. De kantonrechter verklaarde dat voor het nemen van nieuwe besluiten over de staat van onderhoud van de gevels en de bedragen in het MJOP een nieuwe VvE-vergadering nodig was, waarvoor de kantonrechter niet bevoegd was.
Ten slotte veroordeelde de rechtbank de VvE in de proceskosten, aangezien zij in het ongelijk was gesteld. De kosten werden begroot op €157,50, inclusief griffierecht en nakosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het direct in werking treedt ondanks eventuele hoger beroep procedures.
Deze beslissing benadrukt het belang van een goed onderbouwd MJOP en laat zien dat eigenaren binnen een VvE de mogelijkheid hebben om beslissingen aan te vechten als deze niet in overeenstemming zijn met redelijk en billijk handelen, zoals vastgelegd in de wet. Het is essentieel voor VvE’s om transparant en zorgvuldig te zijn in hun besluitvorming, vooral wanneer het gaat om financiële verplichtingen en de economische waarde van eigendommen van de leden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



