De zaak in het kort
In deze zaak hebben verzoekers de rechtbank verzocht om besluiten van een Vereniging van Eigenaars (VvE) nietig te verklaren. Het betrof de goedkeuring van de jaarrekeningen over de jaren 2021 en 2022. De VvE had eerder al een besluit genomen om de jaarrekeningen te herzien na een eerdere nietigverklaring door de kantonrechter. De verzoekers stelden dat de jaarrekeningen niet correct waren behandeld en dat er geen kascommissie was benoemd om de stukken te onderzoeken. De rechtbank heeft uiteindelijk geoordeeld dat de besluiten van de VvE nietig zijn.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met twee afzonderlijke verzoekschriften van verschillende groepen eigenaren van de appartementsrechten. Deze verzoeken waren gericht tegen besluiten van de VvE die op 19 mei 2025 waren genomen. De besluiten betroffen de goedkeuring van de jaarrekeningen over 2021 en 2022, die eerder al nietig waren verklaard door de kantonrechter op 13 december 2024. Dit was omdat er geen kascommissie was benoemd en de VvE had nagelaten om de jaarrekeningen opnieuw te presenteren met de benodigde onderliggende stukken.
De verzoekers hebben op 17 en 18 juni 2025 hun verzoeken ingediend en op 14 november 2025 vond de mondelinge behandeling van de zaken plaats. Tijdens de mondelinge behandeling zijn de verzoekers verschenen en hebben zij hun standpunten toegelicht. De VvE heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter en is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.
Uit de feiten blijkt dat de VvE in 1975 is opgericht bij de splitsing van een serviceflat in appartementsrechten. Het reglement van splitsing en de daaruit voortvloeiende verplichtingen zijn beschreven in de akte van splitsing. Het bestuur van de VvE bestond uit VvE Metea B.V. (beheerder), een penningmeester en een voorzitter.
De jaarrekeningen van 2021 en 2022 waren eerder al goedgekeurd door de VvE, maar na bezwaar van de eigenaren en een eerdere uitspraak van de kantonrechter, was dit besluit nietig verklaard. De VvE had aangekondigd de jaarrekeningen te herzien, maar de verzoekers stelden dat dit niet correct was gebeurd omdat er geen onafhankelijke kascommissie was aangesteld en de onderliggende stukken niet beschikbaar waren gesteld voor controle.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft geoordeeld dat de besluiten tot goedkeuring van de jaarrekeningen over de jaren 2021 en 2022 nietig zijn. Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat de VvE heeft nagelaten om een kascommissie in te stellen om de jaarrekeningen te onderzoeken, zoals vereist volgens artikel 2:48 BW. Hierdoor was het besluit in strijd met de wet.
De kantonrechter heeft verder overwogen dat voor het nemen van nieuwe besluiten over de jaarrekeningen een nieuwe vergadering van de eigenaars moet worden gehouden. De rechtbank heeft echter geweigerd om een bevel te geven aan het bestuur van de VvE om de jaarrekeningen binnen een specifieke termijn te produceren, omdat zij daartoe niet bevoegd is.
De rechtbank heeft de VvE veroordeeld in de proceskosten van de verzoekers, omdat de VvE in het ongelijk is gesteld. De kosten werden begroot op € 207,50 per verzoekende partij, inclusief reis- en verletkosten. De VvE dient deze kosten binnen 14 dagen na betekening van de beschikking te betalen.
Deze uitspraak onderstreept het belang van naleving van wettelijke en statutaire verplichtingen door de VvE bij het goedkeuren van jaarrekeningen. Het ontbreken van een onafhankelijke kascommissie en de weigering om de onderliggende stukken beschikbaar te stellen, heeft geleid tot de nietigverklaring van de besluiten door de kantonrechter.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




