De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin meerdere appartementseigenaren (verzoekers) het besluit van de Vereniging van Eigenaars (VvE) aanvochten. Dit besluit, genomen op 19 mei 2025, betrof de goedkeuring van de jaarrekeningen over 2021 en 2022. De verzoekers stelden dat deze besluiten nietig waren omdat de jaarrekeningen niet op correcte wijze waren opgesteld en goedgekeurd zonder de benodigde controle door een kascommissie. De VvE had eerder al een soortgelijk besluit genomen, dat ook nietig was verklaard door de kantonrechter. De huidige zaak richtte zich op het verzoek om wederom deze besluiten nietig te verklaren en om de VvE te verplichten de jaarrekeningen op juiste wijze te herzien.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedures werden gestart door twee groepen van verzoekers die op 17 en 18 juni 2025 verzoekschriften indienden. Deze verzoekschriften richtten zich op de vernietiging of nietigverklaring van de besluiten van een VvE-vergadering. De VvE had de jaarrekeningen over 2021 en 2022 op 3 juni 2024 al eens goedgekeurd, maar dat besluit was nietig verklaard op 13 december 2024. De VvE had aangegeven de jaarrekeningen te zullen herzien en zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter. Tijdens een vergadering op 19 mei 2025 werd echter wederom een besluit genomen om de jaarrekeningen goed te keuren.
Bij deze vergadering waren de verzoekers aanwezig, terwijl de VvE en andere stemgerechtigden afwezig waren. De verzoekers gaven aan dat de onderliggende stukken niet ter controle beschikbaar waren gesteld en dat er geen controle had plaatsgevonden door een onafhankelijke kascommissie. De VvE had in haar verweerschriften erkend dat er fouten waren gemaakt en dat de jaarrekeningen zouden worden herzien.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 5:124 en artikel 2:10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de besluiten van de VvE nietig waren. Volgens de wet moet een VvE een kascommissie benoemen die de balans en de staat van baten en lasten onderzoekt. Doordat de VvE deze verplichting niet was nagekomen, was het besluit tot goedkeuring van de jaarrekeningen in strijd met de wet en daarmee nietig.
De kantonrechter verklaarde de besluiten van de VvE tot goedkeuring van de jaarrekeningen 2021 en 2022 nietig. Verder werd besloten dat een nieuwe vergadering van eigenaars gehouden moet worden voor het nemen van nieuwe besluiten over deze jaarrekeningen. De rechtbank was niet bevoegd om het bestuur te verplichten de jaarrekeningen binnen een bepaalde termijn te produceren, waardoor dat verzoek werd afgewezen.
De VvE werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van beide verzoekersgroepen. Voor elke groep bedroegen de proceskosten €207,50, inclusief griffierecht, reis- en verletkosten, en nakosten. Deze kosten dienden binnen 14 dagen na betekening van de beschikking te worden voldaan.
Deze zaak benadrukt het belang van het zorgvuldig naleven van wettelijke en statutaire verplichtingen binnen VvE’s, met name omtrent de financiële verslaglegging en controle. Het niet naleven van de verplichtingen kan leiden tot nietigverklaring van bestuursbesluiten en verdere juridische complicaties.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



