De zaak in het kort
In deze zaak behandelt de rechtbank Amsterdam een geschil tussen een groep appartementseigenaren en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van hun gebouw. De eigenaren hebben zonder voorafgaande toestemming van de VvE een dakopbouw gerealiseerd. Ze verzoeken de rechtbank om te bevestigen dat de toestemming van de VvE niet nodig was voor de dakopbouw en om het besluit van de VvE om geen toestemming te verlenen nietig te verklaren. De centrale vraag is of de dakopbouw in strijd is met de geldende splitsingsakte en het huishoudelijk reglement van de VvE.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift van de appartementseigenaren, waarin zij hun verzoeken en de relevante documenten aan de kantonrechter voorlegden. Tijdens de mondelinge behandeling op 5 november 2025 waren beide partijen aanwezig met hun juridische vertegenwoordigers. De eigenaren hebben in december 2021 een omgevingsvergunning gekregen voor een dakopbouw, maar vroegen pas in februari 2025 toestemming aan de VvE. Hun aanvraag werd in juni 2025 door de VvE afgewezen omdat er geen gekwalificeerde meerderheid voor was.
De splitsingsakte van de VvE, die op 1 juli 1992 was vastgesteld en in maart 2025 gewijzigd, stelt dat wijzigingen aan het gebouw, zoals een dakopbouw, alleen met toestemming van de vergadering van eigenaars mogen plaatsvinden. Het huishoudelijk reglement, dat ook in juni 2025 werd aangepast, bevatte aanvullende eisen voor dakopbouwen. Volgens de oude regels was alleen een smalle dakopbouw toegestaan zonder toestemming, terwijl de nieuwe regels een bredere dakopbouw onder strikte voorwaarden toestaan.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter wijst alle verzoeken van de appartementseigenaren af. De rechter oordeelt dat de vergadering van eigenaars de aanvraag terecht heeft beoordeeld volgens de nieuwe splitsingsakte en het nieuwe huishoudelijk reglement. Het feit dat de dakopbouw werd gerealiseerd voordat de nieuwe regels van kracht werden, verandert hier niets aan. Bovendien voldoet de gerealiseerde dakopbouw niet aan de specificaties die zowel in de oude als in de nieuwe documenten waren vastgelegd.
De rechtbank benadrukt dat de eigenaren op de hoogte waren van de noodzaak om vooraf toestemming te vragen, maar zij hebben ervoor gekozen om dit niet te doen. De VvE heeft redelijke gronden aangevoerd voor de weigering van toestemming, vooral met betrekking tot het behoud van de esthetische en architectonische uniformiteit van het gebouw. Er is geen sprake van willekeur door de VvE, omdat de afwijzing van de dakopbouw consistent is met de vastgestelde regels en het beeldboek dat is opgesteld om een uniforme uitstraling te waarborgen.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de VvE zorgvuldig te werk is gegaan bij de wijziging van de splitsingsakte en de opstelling van het beeldboek, wat aangeeft dat er een weloverwogen beleid bestaat ten aanzien van de dakopbouwen. Als gevolg hiervan is er geen basis voor het verlenen van een vervangende machtiging aan de eigenaren, omdat de weigering van de VvE als redelijk wordt beschouwd.
De rechtbank veroordeelt de appartementseigenaren in de proceskosten, welke zijn vastgesteld op € 609,50. De uitspraak onderstreept de noodzaak voor appartementseigenaren om zich te houden aan de regels van hun VvE en om voorafgaande toestemming te verkrijgen voor significante wijzigingen aan hun eigendommen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




