De zaak in het kort
In deze zaak draait het om een geschil tussen Rumah B.V. en Luux Vastgoed B.V. (hierna Rumah c.s.) en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een gebouw. Het centrale vraagstuk betreft de juridische geldigheid van een besluit van de VvE om ondersplitsing van appartementsrechten tegen te houden. Volgens de Nederlandse wet is ondersplitsing van appartementsrechten toegestaan tenzij een specifiek verbod is opgenomen in de akte van splitsing. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het besluit van de VvE om ondersplitsing tegen te houden nietig is, omdat er geen dergelijk verbod in de splitsingsakte is opgenomen.
Het verloop van het proces en de feiten
Op 18 juni 2025 vond er een algemene ledenvergadering van de VvE plaats, waarin werd besproken of het wenselijk was om appartementsrechten in het gebouw te ondersplitsen. Tijdens deze vergadering werd gestemd over het voorstel om de acties van het VvE-bestuur, die waren gericht op het juridisch tegenhouden van ondersplitsing, te steunen. De meerderheid van de aanwezige leden stemde voor het voorstel.
Rumah c.s. bracht de kwestie voor de rechtbank, met het argument dat het genomen besluit in strijd was met de wet, aangezien ondersplitsing van appartementsrechten volgens artikel 5:106 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is toegestaan, tenzij anders bepaald in de akte van splitsing. Rumah c.s. stelde dat de splitsingsakte van de VvE geen bepaling bevat die ondersplitsing verbiedt, waardoor het besluit van de VvE nietig zou zijn.
Tijdens de mondelinge behandeling op 2 december 2025 in de rechtbank Amsterdam, waren de vertegenwoordigers van beide partijen aanwezig, evenals enkele belanghebbenden. De partijen hebben hun standpunten toegelicht en gereageerd op elkaars argumenten. De kantonrechter besloot de behandeling van de zaak met een mondelinge uitspraak.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter heeft geoordeeld dat het besluit van de algemene ledenvergadering van de VvE nietig is. De rechtbank baseerde haar oordeel op het feit dat de wet duidelijk stelt dat ondersplitsing van appartementsrechten is toegestaan tenzij er een verbod in de splitsingsakte is opgenomen. Aangezien de splitsingsakte van de VvE geen dergelijk verbod bevat, is het besluit van de vergadering om ondersplitsing tegen te houden in strijd met de wet en derhalve nietig. Dit oordeel is in overeenstemming met artikel 2:14, eerste lid BW, dat bepaalt dat besluiten die in strijd zijn met de wet of de statuten nietig zijn.
Daarnaast heeft de rechtbank de VvE veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan Rumah c.s., die zijn vastgesteld op een totaalbedrag van € 744,50. Dit bedrag omvat € 135,00 aan griffierecht, € 542,00 aan salaris voor de gemachtigde van Rumah c.s., en € 67,50 aan nakosten. De rechtbank heeft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE deze kosten direct moet voldoen, ongeacht een eventueel hoger beroep.
Het verzoek van Rumah c.s. om de VvE te veroordelen tot betaling van aanvullende kosten werd afgewezen, gelet op de in het splitsingsreglement opgenomen interne draagplicht. Tot slot heeft de rechtbank het meer of anders verzochte afgewezen, waarmee de uitspraak van de rechtbank in deze zaak werd gesloten.
Deze uitspraak onderstreept het belang van het nauwkeurig vastleggen van afspraken en bepalingen in de splitsingsakte van een VvE. Het zorgt ervoor dat besluiten die in strijd zijn met de akte of de wet nietig kunnen worden verklaard, waardoor appartementseigenaren hun rechten kunnen verdedigen tegen onrechtmatige besluiten van de VvE.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




