De zaak in het kort
In deze zaak stond een conflict tussen buren centraal, waarbij de onderbuurvrouw (hierna: eiseres) een vordering instelde tegen haar bovenburen wegens geluidsoverlast veroorzaakt door de parketvloer in hun appartement. De eiseres vorderde onder meer de verwijdering van de huidige vloer en de plaatsing van een nieuwe, beter geïsoleerde vloer. De rechtbank oordeelde dat de huidige vloer van de bovenburen niet voldeed aan de eisen van het Modelreglement dat van toepassing is op het appartementencomplex, en gaf de eiseres grotendeels gelijk.
Het verloop van het proces en de feiten
De eiseres, eigenaar van een appartement sinds 2015, klaagde over geluidsoverlast veroorzaakt door de bovenburen, die in 2023 hun appartement betrokken. De overlast werd voornamelijk veroorzaakt door contactgeluid van een parketvloer die de bovenburen gebruikten. Het pand waarin beide appartementen zich bevinden, werd in 1886 gebouwd en in 2010 gesplitst in appartementsrechten, waarbij een Modelreglement van kracht werd. Volgens dit reglement moet de vloerbedekking in privé gedeelten contactgeluiden zoveel mogelijk tegengaan, en zijn parketvloeren alleen toegestaan als ze aan bepaalde normen voldoen, wat hier niet het geval was.
Ondanks een bemiddelingspoging en akoestisch onderzoek dat de klachten van de eiseres bevestigde, weigerden de bovenburen de vloer aan te passen. De eiseres bracht meerdere rapporten in van Geluidconsult die aantoonden dat de geluidsoverlast aanzienlijk was en de vastgestelde normen overschreed. De bovenburen betwistten deze rapporten en beweerden dat de vloer voldoende geïsoleerd was, maar slaagden er niet in dit voldoende te onderbouwen.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de vloer van de bovenburen in strijd was met het Modelreglement, aangezien er geen normen waren vastgesteld door de vereniging van eigenaars en de vloer aanzienlijke geluidsoverlast veroorzaakte. De bovenburen werden veroordeeld om hun vloer binnen twee maanden te vervangen door een vloer die contactgeluiden beter isoleert. Daarnaast moesten zij de kosten voor het aantonen van de geluidsoverlast betalen, maar de eis voor immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat niet voldaan was aan de wettelijke vereisten hiervoor. De rechtbank legde ook een dwangsom op om ervoor te zorgen dat de bovenburen tijdig aan de veroordeling zouden voldoen. Tot slot werd de zaak verwezen naar de schadestaatprocedure voor enkele andere schadeposten die de eiseres had gesteld. De tegenvordering van de bovenburen, die de vervanging van de vloer van de eiseres eisten, werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




