De zaak in het kort
In een rechtszaak bij de rechtbank Amsterdam heeft een onderbuurvrouw, hierna [eiseres], een juridische strijd gevoerd tegen haar bovenburen, hierna [gedaagden], over geluidsoverlast veroorzaakt door een houten vloer. De vloer voldeed niet aan het Modelreglement dat van toepassing is binnen de Vereniging van Eigenaren (VvE). De rechter besloot dat de bovenburen hun vloer moeten vervangen omdat deze onvoldoende geluidsisolatie bood en onredelijke hinder veroorzaakte. De bovenburen waren niet in staat hun beroep op uitzonderingsclausules te onderbouwen. De rechtbank wees de vordering van de onderbuurvrouw toe om de vloer te vervangen en veroordeelde de bovenburen om de kosten voor het aantonen van de geluidsoverlast te betalen. Ook werd een deel van de schadevergoeding toegewezen, terwijl immateriële schadevergoeding werd afgewezen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding door [eiseres] op 4 februari 2025, waarna [gedaagden] op 2 april 2025 hun conclusie van antwoord en een voorwaardelijke tegenvordering indienden. De zaak betrof een appartementencomplex dat in 2010 was opgesplitst in drie appartementsrechten. Het Modelreglement uit 2006 was van toepassing, dat bepaalde dat vloeren zo moesten zijn dat contactgeluiden zoveel mogelijk werden beperkt. In 2013 werd een nieuwe houten vloer gelegd in het appartement van [gedaagden]. Kort na de verhuizing van [gedaagden] in 2023 meldde [eiseres] geluidsoverlast door met name de dochter van [gedaagden].
Ondanks bemiddelingspogingen en akoestisch onderzoek door KGI Groep en Geluidconsult, die de geluidsoverlast bevestigden, kwamen [gedaagden] en [eiseres] niet tot een oplossing. [eiseres] vorderde de verwijdering en vervanging van de vloer door [gedaagden] en een schadevergoeding voor de overlast. [gedaagden] betwistten de bevindingen van de geluidsonderzoeken en voerden aan dat hun vloer voldoende geïsoleerd was. Ook dienden zij een tegenvordering in voor het vervangen van de vloer van [eiseres] indien zij zelf tot vervanging werden gedwongen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de houten vloer van [gedaagden] niet voldeed aan de vereisten van het Modelreglement, omdat deze onvoldoende geïsoleerd was en daardoor onredelijke geluidshinder veroorzaakte. Het beroep van [gedaagden] op de uitzonderingsclausule van het Modelreglement slaagde niet, omdat de vloer na de splitsing in 2010 was vervangen. [gedaagden] konden niet aantonen dat de vloer aan de noodzakelijke geluidsisolatienormen voldeed.
De rechtbank veroordeelde [gedaagden] om de vloer binnen twee maanden te vervangen en legde een dwangsom op voor elke dag dat zij in gebreke bleven. De rechtbank kende [eiseres] een vergoeding toe voor de gemaakte kosten om de geluidsoverlast aan te tonen, maar wees de immateriële schadevergoeding af vanwege onvoldoende onderbouwing. De overige gestelde schadeposten werden verwezen naar een schadestaatprocedure voor verdere beoordeling.
De tegenvordering van [gedaagden] werd afgewezen wegens onvoldoende belang, omdat zij geen geluidshinder door de vloer van [eiseres] hadden ondervonden. De proceskosten werden ten laste van [gedaagden] gebracht, die ook de kosten van de rechtsprocedure moesten dragen. De rechtbank gaf opdracht tot aanvulling van het vonnis om de verwijzing naar de schadestaatprocedure op te nemen, waarmee een eerder verzuim werd hersteld.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




