De zaak in het kort
In deze zaak stonden [verzoekers], eigenaren van een appartementsrecht, tegenover de Vereniging van Eigenaars (VvE) van hun gebouw. Ze verzochten de rechtbank om nietigverklaring van een VvE-besluit dat toestemming verleende aan [belanghebbenden bedrijven] voor de aanleg van een dakterras op het gemeenschappelijke dak. Het geschil draaide om de vraag of dit besluit in strijd was met de splitsingsakte en of de wijzigingen zonder medewerking van alle appartementseigenaars konden worden doorgevoerd. De rechtbank kwam tot de conclusie dat het besluit nietig was omdat er een wijziging van de splitsingsakte vereist was.
Het verloop van het proces en de feiten
[Verzoekers] dienden op 29 september 2025 een verzoekschrift in voor de nietigverklaring van een besluit van de VvE-vergadering op 9 september 2025. Ze stelden dat het besluit om [belanghebbenden bedrijven] toestemming te geven voor het aanleggen van een dakterras op het gemeenschappelijke dak een wijziging van de splitsingsakte vereiste en daarom nietig was. De VvE had eerder, op 13 november 2024, onder voorwaarden toestemming verleend voor de aanleg van het dakterras. Na een vernietiging van dat besluit door de kantonrechter op 30 mei 2025, werd in een latere vergadering opnieuw toestemming verleend.
Tijdens de mondelinge behandeling op 8 januari 2026 werden de standpunten van beide partijen verder toegelicht. [Verzoekers] voerden aan dat de aanleg van het dakterras een beschikkingshandeling betrof, die niet zonder wijziging van de splitsingsakte kon worden uitgevoerd. De splitsingsakte van 17 december 2004 definieerde het dak als een gemeenschappelijk deel van het gebouw, waarop zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen mochten worden aangebracht.
[Belanghebbenden bedrijven], die eigenaar waren van een appartementsrecht met recht op het exclusieve gebruik van de derde verdieping, hadden het dakterras gebouwd en een toegang in het dak gemaakt zonder de benodigde wijziging van de splitsingsakte. Zij betoogden dat de VvE wel degelijk bevoegd was om toestemming te verlenen en dat de vereiste toestemmingen volgens de gebruiksovereenkomst waren vastgelegd.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter besloot dat het besluit van de VvE nietig was. De aanleg en het gebruik van het dakterras hielden een goederenrechtelijke wijziging in die een wijziging van de splitsingsakte vereiste. De wijzigingen aan het dak betroffen constructieve ingrepen die niet eenvoudig ongedaan konden worden gemaakt en waren niet beperkt tot een tijdelijk gebruiksrecht. De splitsingsakte moest een correct beeld geven van de rechten en plichten van de appartementseigenaars, wat met de huidige wijzigingen niet langer het geval was.
De rechtbank stelde dat voor een wijziging van de splitsingsakte de medewerking van alle appartementseigenaars nodig was, zoals bepaald in artikel 5:139 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Omdat de VvE niet bevoegd was om een gemeenschappelijk dakgedeelte aan een enkele eigenaar voor exclusief gebruik af te staan zonder wijziging van de splitsingsakte, was het besluit nietig.
Het verzoek van [belanghebbenden bedrijven] om een vervangende machtiging te verlenen werd afgewezen. Ook het verzoek van [verzoekers] om een accountantscontrole van de VvE-rekeningen en de verwijzing naar een strafrechtelijke beoordeling werden afgewezen, omdat deze buiten de bevoegdheid van de kantonrechter vielen.
De kantonrechter veroordeelde de VvE in de proceskosten van [verzoekers], begroot op €140,00.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




