De zaak in het kort
In deze juridische kwestie draait het om de vraag of [gedaagde] B.V. aansprakelijk is voor het mislopen van huurinkomsten door [eiser] B.V. nadat een raam in een appartement dat [eiser] verhuurt, stukviel tijdens werkzaamheden. [eiser] stelt dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door het raam niet adequaat te herstellen, waardoor de verhuur van de kamer onmogelijk werd. [gedaagde] betwist de aansprakelijkheid en stelt dat er geen opdracht was van de Vereniging van Eigenaars (VvE) voor het vervangen van het raam. De kantonrechter in Amsterdam heeft de vordering van [eiser] afgewezen wegens gebrek aan opdracht voor vervanging en onvoldoende onderbouwing van de schade.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met de dagvaarding van [eiser] op 2 september 2025, gevolgd door een conclusie van antwoord van [gedaagde]. Na een tussenvonnis werd een mondelinge behandeling gehouden op 3 februari 2026.
[eiser] B.V. verhuurt vastgoed, waaronder kamers in een appartement waarvan zij de appartementsrechten bezit. [gedaagde] B.V. is een vastgoedonderhoudsbedrijf dat een opdracht van de beheerder van de VvE had gekregen om een niet goed sluitend raam in het appartement te inspecteren en te herstellen. Tijdens de inspectie op 3 maart 2023 viel het raam naar binnen, waarna het tijdelijk werd vervangen door een houten plaat.
[eiser] claimt dat [gedaagde] de schade moet vergoeden, omdat de kamer lange tijd onverhuurbaar was. [gedaagde] heeft echter de schade aan het interieur door het vallen van het raam vergoed, maar kon geen verdere actie ondernemen zonder toestemming van de VvE. Er ontstond een uitwisseling van e-mails tussen [eiser], [gedaagde] en de VvE over de toestemming voor vervanging van het raam. Pas op 19 september 2023 gaf de VvE opdracht aan een andere partij om het raam te vervangen, wat uiteindelijk op 11 maart 2024 gebeurde.
[h2>De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter concludeerde dat voor aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad er sprake moet zijn van een onrechtmatige daad, toerekenbaarheid, schade, causaal verband en relativiteit. In dit geval was de gestelde schade het gevolg van het niet tijdig vervangen van het raam, waarvoor [gedaagde] niet verantwoordelijk kon worden gehouden, omdat zij geen opdracht van de VvE had ontvangen.
[eiser] had niet aangetoond dat [gedaagde] onrechtmatig had gehandeld door het draai-onderdeel van het raam mee te nemen, dat volgens [gedaagde] al defect was. Bovendien had [eiser] de gestelde schade niet voldoende onderbouwd. Er was geen bewijs dat de kamer daadwerkelijk onverhuurbaar was of dat [eiser] de huurinkomsten miste. De kantonrechter wees de vorderingen van [eiser] af en veroordeelde [eiser] in de proceskosten van [gedaagde]. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct kan worden uitgevoerd, zelfs als er hoger beroep wordt aangetekend.
Kortom, de rechtbank oordeelde dat [gedaagde] niet aansprakelijk was voor de gemiste huurinkomsten en wees de vordering van [eiser] af vanwege gebrek aan onderbouwing en het ontbreken van een opdracht voor raamvervanging van de VvE.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




