De zaak in het kort
De rechter in Amsterdam heeft een uitspraak gedaan in een geschil over geluidsoverlast die een bewoner ervaart sinds de installatie van een nieuw stadsverwarmingssysteem in het gebouw waar hij woont. De bewoner had de gemeente verzocht om handhavend op te treden vanwege de geluidsoverlast, met het argument dat er sprake was van een overtreding van het Bouwbesluit 2012. De gemeente heeft het verzoek afgewezen en het daaropvolgende bezwaar behandeld. Uiteindelijk wees de rechtbank het beroep van de bewoner af, waardoor de afwijzing van het handhavingsverzoek in stand bleef.
Het verloop van het proces en de feiten
De bewoner diende in oktober 2023 een verzoek in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam voor handhaving vanwege geluidsoverlast. Hij stelde dat het nieuwe stadsverwarmingssysteem in strijd was met het Bouwbesluit 2012. De Omgevingsdienst had een geluidsmeting uitgevoerd waaruit piekgeluiden bleken, maar verklaarde niet bevoegd te zijn om op basis daarvan op te treden. Het college wees het verzoek af, stellende dat er geen geluidsnormen in het Bouwbesluit waren voor bestaande bouw.
De bewoner maakte bezwaar, ondersteund door een rapport dat aangaf dat het geluid van trillende waterleidingen regelmatig boven de norm van 40 dB uitkwam. In juni 2024 verklaarde de bezwaarschriftencommissie het bezwaar gegrond omdat de gemeente niet zorgvuldig had gehandeld door geen controle ter plaatse uit te voeren. Het college probeerde vervolgens contact op te nemen met de bewoner voor een controle, die uiteindelijk plaatsvond in juli, september 2024 en januari 2025. Tijdens deze controles werden geen overschrijdingen van de geluidsnorm vastgesteld.
De bewoner diende een ingebrekestelling in wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. In april 2025 besloot het college dat het bezwaar al was behandeld en dat de ingebrekestelling als een hernieuwd handhavingsverzoek werd beschouwd. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen geluidsoverschrijdingen waren vastgesteld tijdens de controles. De bewoner ging in beroep tegen deze beslissing.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het college het verzoek om handhaving terecht had afgewezen. Hoewel de bewoner piekgeluiden ervoer, was er geen bewijs dat deze door de nieuwe installatie werden veroorzaakt. De controles hadden geen overschrijdingen van de 40 dB-norm aangetoond. Bovendien waren er geen normen voor bestaande bouw in het Bouwbesluit 2012, en de installatie zelf voldeed aan de normen voor verbouw.
De rechtbank erkende de overlast die de bewoner ervaart, maar stelde dat dit een privaatrechtelijke kwestie is die niet onder bestuursrechtelijke handhaving valt. De bewoner zou zich tot de Vereniging van Eigenaren moeten richten voor oplossingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de bewoner geen gelijk kreeg en het college niet verplicht werd om handhavend op te treden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



