De zaak in het kort
In de rechtbank van Den Haag heeft de kantonrechter, ook bekend als de wijkrechter, uitspraak gedaan over een geschil tussen buren betreffende geluidsoverlast. De verzoekster, wonend op de begane grond, heeft de wijkrechter benaderd vanwege geluidshinder afkomstig van de bovenburen, een gezin met twee jonge kinderen. De kernvraag was of de geluidsoverlast als onrechtmatig kon worden aangemerkt en welke maatregelen eventueel genomen konden worden om de hinder te verminderen. De wijkrechter oordeelde dat het woongedrag van de bovenburen niet onrechtmatig was en dat er geen wettelijke norm werd overschreden die hen zou verplichten tot aanpassing van hun woning. Echter, de rechter stelde wel enkele suggesties voor om de situatie te verbeteren en drong erop aan dat beide partijen in overleg zouden treden.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een aanmelding door de verzoekster volgens het Procesreglement Project Wijkrechter. Beide partijen gingen akkoord met deze vorm van procedure. De mondelinge behandeling vond plaats in juni en augustus 2022, waarbij beide partijen hun standpunten presenteerden. De verzoekster meldde dat de geluidshinder, die al drie jaar speelt, afkomstig was van contact- en luchtgeluid vanuit de woning van de bovenburen. Ondanks pogingen om het probleem zelf op te lossen, zoals het laten uitvoeren van geluidsisolatie en een geluidsonderzoek, bleef de overlast bestaan.
De bovenburen, [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2], verklaarden hun best te doen om de overlast te beperken, mede gezien hun twee jonge kinderen. Ze hadden al maatregelen genomen zoals het aanbrengen van isolatie onder hun vloeren, maar dit had niet het gewenste effect. Het gezin vond de reactie van de verzoekster, zoals het slaan met een stok tegen het plafond, eveneens hinderlijk.
De woningen van beide partijen zijn appartementen in een houten skeletbouw uit het begin van de twintigste eeuw. De constructie en inrichting van de bovenwoning, met een parketvloer en een gietvloer, droegen bij aan de geluidsoverdracht. De partijen zijn de enige leden van de Vereniging van Eigenaars (VvE), maar er bleken geen specifieke geluidseisen in de reglementen te zijn opgenomen.
De beslissing van de rechtbank
De wijkrechter besloot om Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB) in te schakelen voor een onafhankelijk geluidsonderzoek, waarvan de resultaten geen aanleiding gaven om aanpassingen van de bovenwoning te eisen. Het onderzoek gaf wel suggesties voor mogelijke maatregelen die de partijen vrijwillig in overweging konden nemen.
STAB onderzocht zowel contact- als luchtgeluid in de woning van de verzoekster en vond dat de isolatie van contactgeluid varieerde van +8 dB tot +22 dB, afhankelijk van de ruimte. De luchtgeluidisolatie werd als redelijk beschouwd voor een woning van deze ouderdom. Er werden geen wettelijke normen overschreden, en de gemeten waarden vielen binnen de gebruikelijke klasse voor dit type gebouw.
De rechtbank wees erop dat wonen in oudere stedelijke woningen nu eenmaal een bepaalde mate van geluidshinder met zich meebrengt, wat niet volledig weggenomen kan worden, zelfs niet met ingrijpende verbouwingen. De rechter stelde dat partijen, als goede buren, eenvoudige maatregelen kunnen overwegen om de hinder te verminderen, zoals het plaatsen van vloerkleden of het vrijhouden van de parketvloer van de constructieve wanden.
De uitspraak was dat er geen sprake was van onrechtmatige hinder en dat er geen verplichting was voor de bovenburen om bouwkundige aanpassingen te doen. De rechter moedigde beide partijen aan om in overleg te treden en samen te werken aan een oplossing die voor beide acceptabel was. De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat elke partij haar eigen kosten draagt.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




