De zaak in het kort
De rechtbank Den Haag heeft zich gebogen over een burengeschil waarbij [verzoekster] klaagde over geluidshinder afkomstig van de woning van haar bovenburen, [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2]. Het geschil draaide om de vraag of de geluidshinder onrechtmatig was en welke maatregelen eventueel genomen moesten worden om deze hinder te verminderen. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen door de bovenburen, maar dat er wel aanknopingspunten waren die partijen konden overwegen om de situatie te verbeteren.
Het verloop van het proces en de feiten
[verzoekster] woont op de begane grond, terwijl [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] samen met hun kinderen op de eerste verdieping wonen. Beide partijen zijn de enige leden van de Vereniging van Eigenaars (VvE) in het gebouw, dat bestaat uit houten skeletbouw uit het begin van de twintigste eeuw. [verzoekster] heeft al enkele jaren last van geluidshinder, die volgens haar bestaat uit zowel contact- als luchtgeluid. Ze heeft op eigen kosten haar plafond geïsoleerd en een geluidsonderzoek laten uitvoeren, waaruit bleek dat het geluidsniveau de norm van het Activiteitenbesluit overschreed.
[medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] hebben geprobeerd de hinder te verminderen door onder meer cellulosevlokken onder hun vloeren te spuiten. Zij ervaren echter ook overlast van [verzoekster], die met een stok tegen het plafond slaat wanneer ze geluidshinder ervaart.
Tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank in Den Haag werd besloten de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB) te vragen de situatie te onderzoeken. Het onderzoek richtte zich op de vraag of de geluidshinder de gangbare normen overschrijdt en welke akoestische maatregelen eventueel genomen konden worden.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het woongedrag van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] niet onrechtmatig was en dat er geen wettelijke normen werden overschreden. Het onderzoek van STAB toonde aan dat de mate van isolatie voor contactgeluid gebruikelijk is voor een gebouw uit die periode. De luchtgeluidisolatie voldeed zelfs aan de huidige eisen van het Bouwbesluit 2012.
STAB gaf diverse suggesties voor eenvoudige maatregelen die de geluidshinder zouden kunnen verminderen, zoals het gebruik van vloerkleden en viltjes onder meubels. Ook werden er bouwkundige oplossingen voorgesteld, zoals het herstellen van de parketvloer en OSB-beplating zodat deze niet strak tegen de constructie liggen, en het aanbrengen van een loshangend plafond in de woning van [verzoekster].
De wijkrechter benadrukte dat beide partijen in overleg kunnen treden om tot een oplossing te komen, maar dat [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] niet gedwongen kunnen worden tot bouwkundige aanpassingen, aangezien er geen wettelijke normen worden overschreden. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
De rechtbank concludeerde dat leven in een oudere, stedelijke woning altijd enige mate van geluidshinder met zich meebrengt en dat [verzoekster] een zekere mate van hinder moet tolereren. De uitspraak wijst verder op de noodzaak van goede communicatie en samenwerking tussen buren om dergelijke problemen op te lossen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




