De zaak in het kort
In een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag is een conflict tussen een appartementseigenaar en de Vereniging van Eigenaars (VvE) behandeld. De kern van het geschil betrof een uitbouw die in 1989 met toestemming van de VvE op een balkon was geplaatst. In 2023 ontstonden lekkages in deze uitbouw, en de vraag rees wie verantwoordelijk was voor de herstel- en onderhoudskosten. De eigenaar van het appartement vorderde dat de VvE deze kosten zou dragen en bovendien onderzoek zou doen naar de oorzaak van de lekkages. De rechtbank oordeelde dat de VvE verantwoordelijk is voor de herstel- en onderhoudskosten, maar dat de VvE niet verplicht kan worden om onderzoek en herstel van de lekkages te verrichten in deze procedure.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 26 mei 2025. Gedurende het proces werden verschillende stukken ingediend, waaronder de dagvaarding met bijlagen en de conclusie van antwoord. De mondelinge behandeling vond plaats op 7 oktober 2025, waarbij beide partijen vertegenwoordigd werden door hun advocaten.
De feiten van de zaak zijn als volgt: de rechtsvoorganger van de huidige eigenaar bouwde in 1989 met toestemming van de VvE een uitbouw op een gedeelte van het balkon. In 2006 werd de huidige eigenaar eigenaar van het appartement en verhuurde het. Vanaf 2023 deden zich lekkages voor, wat leidde tot een conflict over wie de kosten moest dragen. De VvE stelde dat de kosten voor de individuele eigenaar waren, terwijl de eigenaar van mening was dat het gemeenschappelijke gedeelten betrof en dus de verantwoordelijkheid van de VvE.
Tijdens het proces kwam ook een andere lekkage in het ondergelegen appartement, het zogenaamde havenkantoor, aan bod. Het bleek dat de hemelwaterafvoer aanpassingen nodig had. Zowel de kosten voor het verleggen van de hemelwaterafvoer als de herstelkosten van de lekkage in de uitbouw vormden onderdeel van het geschil.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de daken en buitengevels van de uitbouw en de hemelwaterafvoer tot de gemeenschappelijke gedeelten behoren. Dit betekent dat de kosten voor onderhoud en herstel voor rekening van de VvE komen. De rechtbank verwierp het argument van de VvE dat de uitbouw niet tot het gemeenschappelijke gedeelte behoort omdat deze na de splitsing van het pand is gebouwd. De toestemming voor de bouw van de uitbouw in 1989 maakt dat deze onderdeel is van het gebouw en dus van de gemeenschappelijke gedeelten.
Daarnaast verklaarde de rechtbank dat de besluiten van de VvE van 22 juni 2025, waarin werd gesteld dat kosten met terugwerkende kracht voor de individuele eigenaar zijn, nietig waren. Dit omdat zij in strijd waren met de splitsingsakte en het modelreglement.
Op het punt van de twee actieve lekkages oordeelde de rechtbank dat de eigenaar niet de juiste juridische weg had bewandeld om de VvE te dwingen tot herstel. De wet biedt appartementseigenaren andere mogelijkheden, zoals het vragen van een machtiging bij de kantonrechter, die niet waren benut.
De rechtbank veroordeelde de VvE tot betaling van de herstelkosten van het platte dak en de aanpassing van de hemelwaterafvoer, evenals de buitengerechtelijke kosten en proceskosten, waarmee de eigenaar grotendeels in het gelijk werd gesteld. De vordering om de VvE te verplichten tot het doen van onderzoek en herstel werd afgewezen, evenals de gevorderde dwangsom.
Deze uitspraak benadrukt het belang van duidelijke afspraken binnen VvE’s en de juridische verplichtingen die voortvloeien uit splitsingsaktes en modelreglementen. Het is een waarschuwing voor VvE’s om zorgvuldig om te gaan met besluiten die van invloed zijn op gemeenschappelijke eigendommen en de kostenverdeling daarvan.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




