De zaak in het kort
De zaak betreft een geschil tussen de eigenaren van een appartement en de vereniging van eigenaars (VvE) over een lekkage in hun appartement. De eigenaren, aangeduid als [verzoende partijen] c.s., verzochten de rechtbank om de VvE te dwingen hun schade te vergoeden en de benodigde herstelwerkzaamheden uit te voeren. Ze beweerden dat de lekkage afkomstig was van gemeenschappelijke leidingen waarvoor de VvE aansprakelijk is. De rechtbank wijst het verzoek af, omdat niet duidelijk is of de lekkage vanuit een gemeenschappelijk deel komt en vanwege de eigen nalatigheid van de eigenaren bij het tijdig melden en herstellen van de schade.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift van de eigenaren op 20 december 2024, gevolgd door verweerschriften van de andere partij, waaronder de VvE, op respectievelijk 13 en 28 februari 2025. De zaak werd mondeling behandeld op 17 februari en 13 maart 2025. Het geschil draait om de vraag of de VvE aansprakelijk is voor de schade door de lekkage die de eigenaren in hun appartement hebben ervaren sinds begin 2020. De eigenaren ontvingen een rapport van Lekdetectie Expert Nederland in juni 2021, dat de schade aan muren, vloeren en plafond bevestigde. De VvE ontkende verantwoordelijkheid voor de lekkage, die volgens hen niet van een gemeenschappelijk goed afkomstig was. Herstelwerkzaamheden werden uitgevoerd op 5 oktober 2021, maar de schade was op dat moment aanzienlijk toegenomen.
De eigenaren probeerden in oktober 2024 de VvE te dwingen de schade te herstellen volgens een offerte van € 97.777,45, maar tijdens een VvE-vergadering op 26 november 2024 werden hun voorstellen afgewezen met twee stemmen tegen één. De eigenaren vroegen vervolgens om vernietiging van deze besluiten en om een vervangende machtiging voor de herstelwerkzaamheden.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beoordeelde de kwestie aan de hand van de wettelijke kaders voor besluitvorming binnen een VvE en de mogelijkheid om een vervangende machtiging te verlenen. Op basis van artikel 2:15 BW kunnen besluiten vernietigd worden als ze in strijd zijn met wettelijke of statutaire bepalingen, of als ze onredelijk zijn. Artikel 5:121 BW biedt de mogelijkheid voor een vervangende machtiging als toestemming zonder redelijke grond geweigerd wordt.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de lekkage afkomstig was van een gemeenschappelijk deel van het gebouw. De betwisting van [naam 3] over de locatie van de lekkage en de splitsingsakte, waarvan slechts drie pagina’s waren overlegd, droegen bij aan deze conclusie. Zelfs als de VvE verantwoordelijk zou zijn, vond de rechtbank dat de besluiten redelijk waren. De eigenaren hadden sinds 2020 van de lekkage geweten en hadden eerder actie moeten ondernemen. Dit nalaten droeg bij aan de ernst van de schade en verhoogde de kosten aanzienlijk, zoals ook door de opstalverzekeraar van de VvE werd opgemerkt.
Daarnaast was er geen actie ondernomen tegen Fundeon, die mogelijk mede aansprakelijk was. Ook was de redelijkheid van de kosten in de offerte niet adequaat onderbouwd door de eigenaren. Daardoor vond de rechtbank dat de VvE in redelijkheid had kunnen besluiten de herstelkosten niet te dekken. De verzoeken van de eigenaren werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten van de VvE en andere betrokken partijen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




