De zaak in het kort
In deze zaak hebben de verzoekende partijen, eigenaren van een appartementsrecht, de rechtbank verzocht om besluiten van een vergadering van eigenaars te vernietigen en om een vervangende machtiging te verlenen voor herstelwerkzaamheden aan hun woning. Deze herstelwerkzaamheden waren noodzakelijk vanwege schade door een lekkage die, volgens de verzoekers, afkomstig zou zijn van gemeenschappelijke leidingen waarvoor de Vereniging van Eigenaars (VvE) verantwoordelijk is. De VvE weigerde echter deze herstelwerkzaamheden te bekostigen. De kantonrechter in Den Haag heeft het verzoek van de eigenaren afgewezen omdat niet duidelijk is of de VvE daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de lekkage en omdat het eigen handelen van de verzoekers heeft bijgedragen aan de ernst van de schade.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak begon met een verzoekschrift van de eigenaren, [verzoeker 1] en [verzoeker 2], die hun appartement op de begane grond van een gebouw bezitten. Zij ontdekten begin 2020 dat er water vanaf het plafond in hun woning lekte. Ze ontvingen in juni 2021 een rapport van Lekdetectie Expert Nederland dat wees op aanzienlijke gevolgschade aan muren, vloeren en het plafond.
In september 2021 stelden zij de VvE en de toenmalige beheerder Fundeon Vastgoed Beheer B.V. aansprakelijk voor de schade. [naam 2], een ander lid van de VvE, wees de aansprakelijkheid af en stelde dat de lekkage afkomstig was van een gemeenschappelijk goed. Hij had de beheerder gesommeerd om de lekkage op te lossen, maar zonder resultaat. Herstelwerkzaamheden werden in oktober 2021 uitgevoerd door een loodgieter ingeschakeld door [naam 2], waarna de oorzaak van de lekkage werd verholpen.
De opstalverzekeraar van de VvE stelde in december 2021 dat de schade te laat gemeld was, wat de kosten fors had doen oplopen. De verzekeraar was slechts bereid € 2.500,00 te vergoeden. In oktober 2024 stelden de verzoekers voor om de schade te herstellen conform een offerte van € 97.777,45, maar tijdens een VvE-vergadering in november 2024 werd dit voorstel verworpen.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter moest beoordelen of de VvE in redelijkheid tot de afwijzing van de herstelwerkzaamheden was gekomen. De rechter stelde dat de VvE de toestemming voor herstelwerkzaamheden niet zonder redelijke grond had geweigerd. Er was onvoldoende bewijs dat de lekkage afkomstig was van gemeenschappelijke gedeelten waarvoor de VvE aansprakelijk zou zijn. De verzoekers hadden slechts een deel van de splitsingsakte overlegd, waaruit niet duidelijk werd welk deel van het gebouw tot de gemeenschappelijke gedeelten behoorde.
Daarnaast wees de rechter erop dat de verzoekers zelf hadden bijgedragen aan de ernst van de schade door niet tijdig actie te ondernemen. Ondanks dat ze al in 2020 op de hoogte waren van de lekkage en in juni 2021 een rapport ontvingen over de schade, duurde het tot oktober 2024 voordat ze actie ondernamen. Dit tijdsverloop heeft mogelijk bijgedragen aan de omvang van de schade, die inmiddels was opgelopen tot een offertebedrag van bijna € 100.000.
Verder was er nog de kwestie van mogelijke aansprakelijkheid van de beheerder, Fundeon, voor een deel van de schade. Verweerders hadden aangevoerd dat Fundeon nalatig was geweest in het laten uitvoeren van herstelwerkzaamheden. Dit werd door de verzoekers niet voldoende weerlegd. Ook hadden de verzoekers niet overtuigend aangetoond dat de kosten van de herstelwerkzaamheden, zoals in de offerte beschreven, reëel waren.
Op basis van deze overwegingen oordeelde de kantonrechter dat de VvE in redelijkheid tot haar besluit was gekomen en wees hij het verzoek tot vernietiging van de besluiten van de vergadering van eigenaars af. De verzoekers werden veroordeeld in de kosten van de procedure.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




