De zaak in het kort
In deze zaak voor de rechtbank Den Haag draait het om een geschil binnen een Vereniging van Eigenaars (VvE) over de verantwoordelijkheid en kosten voor onderhoudswerkzaamheden aan de kelder van een pand. De eigenaren van een appartement, hierna aangeduid als [verzoekers], hebben last van vochtproblemen in hun kelder en willen dat de VvE de kosten voor een uitgebreide reparatie op zich neemt. Zij hebben een aanvraag ingediend voor een vervangende machtiging om de voorgestelde werkzaamheden te laten uitvoeren door het bedrijf Welwillend B.V. [verweerders], andere leden van de VvE, zijn het hier niet mee eens en verzetten zich tegen deze kostenverdeling binnen de VvE. De kantonrechter moet beslissen of de werkzaamheden onder de verantwoordelijkheid van de VvE vallen en of de kosten terecht door de VvE gedragen moeten worden.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met het verzoekschrift van [verzoekers] op 13 augustus 2025. Zij zijn sinds 2019 eigenaar van een appartement in een pand met vochtproblemen in de kelder. Volgens hen zijn de keldervloer en muren gemeenschappelijke delen van het gebouw, en daarom zou de VvE verantwoordelijk moeten zijn voor het onderhoud. Het splitsingsreglement uit 1963 zou dit ondersteunen. De VvE vergadering van 26 maart 2025 zou geen rechtsgeldig besluit hebben genomen om de opdracht aan Welwillend te verlenen, wat [verzoekers] ertoe aanzette om een vervangende machtiging aan te vragen.
Tijdens de VvE-vergadering van 26 maart 2025 werd er gediscussieerd over verschillende offertes voor de kelderwerkzaamheden. De offerte van Welwillend, met een totaalprijs van €109.890 inclusief BTW, werd gezien als de meest complete oplossing voor zowel de vocht- als funderingsproblemen. Echter, er werd geen definitief besluit genomen, en er werd afgesproken om verder te zoeken naar financieringsmogelijkheden.
[verweerders] betwistten de noodzaak van de kosten en wezen op alternatieven. Zij voerden aan dat de kelder tot het privégedeelte van [verzoekers] behoort en dat zij zelf maatregelen kunnen nemen om het vochtprobleem aan te pakken. Daarnaast zou het injecteren van de keldermuren met een veel lagere kostenbegroting van €35.750,00 ook een optie zijn, met een garantie van 10 jaar.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter moest beoordelen of de kelder tot de gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw behoort en of de VvE verantwoordelijk is voor de kosten van het onderhoud. Na uitleg van het splitsingsreglement concludeerde de rechter dat de vloer en muren van de kelder wel degelijk tot de gemeenschappelijke delen behoren. Dit betekent dat de VvE de kosten voor het onderhoud zou moeten dragen.
Desalniettemin oordeelde de kantonrechter dat er op de VvE-vergadering van 26 maart 2025 geen rechtsgeldig besluit was genomen om de opdracht aan Welwillend te verstrekken; er was enkel een voorkeur uitgesproken. Daarnaast was de toestemming voor de werkzaamheden op de vergadering van 3 juli 2025 niet zonder redelijke grond geweigerd door de andere eigenaars. Er waren goedkopere alternatieven voorhanden die door [verzoekers] onvoldoende weersproken waren.
De kantonrechter wees het verzoek van [verzoekers] om een vervangende machtiging af en veroordeelde hen in de proceskosten van €677,00 aan de zijde van [verweerders]. De rechter benadrukte dat de weigering om akkoord te gaan met de dure optie van Welwillend niet zonder redelijke grond was, gezien de aanwezigheid van goedkopere alternatieven die even effectief konden zijn in het oplossen van de vochtproblemen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



