De zaak in het kort
Op 23 december 2025 heeft de rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw die in 2014 zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. De zaak omvatte onder meer de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind, de zorg- en opvoedingsregeling, kinderalimentatie, partneralimentatie, voortgezet gebruik van de echtelijke woning, en de verdeling van de huwelijksgemeenschap.
Het verloop van het proces en de feiten
De man en de vrouw zijn op [datum] 2014 gehuwd en hebben samen een minderjarig kind, geboren in 2017. Partijen hebben gezamenlijk gezag over het kind. Ze zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, wat betekent dat hun bezit en schulden gezamenlijk zijn. De man diende een echtscheidingsverzoek in met nevenvoorzieningen, waaronder de vaststelling van het ouderschapsplan, de hoofdverblijfplaats van het kind, de zorg- en opvoedingsregeling, en alimentatie voor zowel het kind als voor hemzelf. De vrouw heeft zelfstandig om echtscheiding verzocht en had haar eigen wensen voor de nevenvoorzieningen. Beide partijen voerden verweer tegen elkaars verzoeken.
Tijdens de zitting, die plaatsvond op 25 november 2025, kwamen beide partijen met hun advocaten. Ze hebben hun standpunten toegelicht en voornamelijk overeenstemming bereikt over de voorlopige zorgregeling, die sinds januari 2025 van kracht is en naar tevredenheid verloopt. Echter, meningsverschillen bleven bestaan over de zorgregeling zodra de man eigen woonruimte zou hebben, evenals over de vakanties en feestdagen. Er is ook afgesproken dat het Jeugd- en Gezinsteam (JGT) betrokken blijft bij de situatie.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank overwoog dat, hoewel er geen ouderschapsplan was ingediend, de partijen ontvankelijk waren in hun verzoeken tot echtscheiding, aangezien ze grotendeels overeenstemming hadden bereikt over de zorg voor hun kind. Het huwelijk werd als duurzaam ontwricht beschouwd en de echtscheiding werd uitgesproken.
De hoofdverblijfplaats van het kind werd bij de vrouw bepaald, op basis van de huidige feitelijke situatie en de emotionele overwegingen van beide ouders. Wat de zorg- en opvoedingsregeling betreft, besloot de rechtbank dat de zorg gelijker verdeeld zou worden zodra de man eigen woonruimte heeft. Dit zou neerkomen op een 50/50 verdeling, met een specifieke opbouw van de regeling.
Voor de vakanties en feestdagen werd een verdeling vastgesteld, waarbij de zomervakantie volgens een 2-2-1-1 verdeling tussen de ouders zou plaatsvinden, en de pinkstervakantie afwisselend bij de man en de vrouw zou zijn in respectievelijk oneven en even jaren.
Ten aanzien van de kinderalimentatie werd besloten dat de vrouw een bedrag van €116 per maand aan de man zou betalen, zonder terugwerkende kracht. Voor de partneralimentatie is overeengekomen dat de vrouw €457 per maand aan de man zal betalen, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
De rechtbank stond verder het voortgezet gebruik van de echtelijke woning door de vrouw toe voor de duur van zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, om haar de kans te geven de woning over te nemen of een andere woonruimte te vinden.
De verdeling van de huwelijksgemeenschap werd vastgesteld, waarbij onder meer afspraken over de echtelijke woning, inboedel, bankrekeningen, en een leaseovereenkomst voor een auto werden gemaakt. De woning zou door de vrouw worden overgenomen na een bindende taxatie. Als zij de woning niet zou kunnen overnemen, zou deze worden verkocht. De inboedel werd in onderling overleg verdeeld, en ook over de verdeling van de bank- en spaarrekeningen werden afspraken gemaakt.
Daarnaast besloot de rechtbank dat de man een bedrag van €340,35 aan de vrouw zou betalen voor de kosten van een opslagbox, te verrekenen met de saldi van de bank- en spaarrekeningen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat ieder de eigen kosten zou dragen.
De uitspraak was, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beschikking werd gegeven door de kinderrechter mr. C.G. Meeder en uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2025.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




