De zaak in het kort
De Rechtbank Den Haag heeft een uitspraak gedaan in een kort geding betreffende de overdracht van administratie van een Vereniging van Eigenaren (VvE) naar een nieuwe beheerder. De VvE wilde de beheersovereenkomst met de huidige beheerder, VvE Beheer [bedrijf 1], beëindigen en de administratie overdragen aan een nieuwe beheerder, [bedrijf 2]. De VvE voerde aan dat de overeenkomst was beëindigd en dat de huidige beheerder weigerde haar medewerking te verlenen aan de overdracht van de administratie en het toegankelijk maken van de bankrekeningen.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE en VvE Beheer [bedrijf 1] hadden een beheersovereenkomst gesloten die per 1 september 2025 beëindigd zou worden. De VvE had de overeenkomst opgezegd tijdens een Algemene Ledenvergadering (ALV) op 7 juli 2025, waar een besluit werd genomen om de overeenkomst te beëindigen vanwege een verstoorde relatie met de beheerder. De opzegging werd ook formeel bevestigd in een brief van 27 augustus 2025. Echter, de beheerder betwistte de rechtsgeldigheid van dit besluit, met name vanwege vermeende procedurele gebreken zoals een niet in acht genomen oproepingstermijn voor de ALV en twijfels over de quorumvaststelling.
Tijdens de zitting op 21 november 2025 presenteerden beide partijen hun standpunten. De VvE beweerde dat de overeenkomst al was geëindigd door de opzegging en dat de beheerder verplicht was om de administratie over te dragen. VvE Beheer [bedrijf 1] voerde aan dat het besluit tot beëindiging niet rechtsgeldig was en dat er geen verzoek tot overdracht was ontvangen.
De beslissing van de rechtbank
De voorzieningenrechter oordeelde dat de overeenkomst tussen de VvE en VvE Beheer [bedrijf 1] op 1 december 2025 was geëindigd door de opzegging van 27 augustus 2025. De rechter vond dat het besluit tot beëindiging tijdens de ALV rechtsgeldig was genomen, ondanks de bezwaren van de beheerder over de oproepingstermijn en de quorumvaststelling.
De rechter veroordeelde VvE Beheer [bedrijf 1] om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis alle benodigde medewerking te verlenen aan de overdracht van de volledige administratie aan de nieuwe beheerder, [bedrijf 2]. Dit omvatte zowel digitale als papieren documenten. Daarnaast moest de beheerder meewerken aan het overzetten van bankrekeningen op naam van de VvE en het blokkeren van de toegang voor zichzelf. De rechter legde een dwangsom op van € 500 per dag als [bedrijf 1] niet zou voldoen aan de veroordeling, met een maximum van € 50.000.
Verder werd VvE Beheer [bedrijf 1] veroordeeld in de proceskosten van de VvE, begroot op € 2.146,42. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk uitgevoerd kan worden, zelfs als er hoger beroep wordt aangetekend. De rechter wees alle andere of aanvullende vorderingen af.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



