De zaak in het kort
In deze uitspraak van de rechtbank Den Haag wordt de verdeling van een woning behandeld die gezamenlijk eigendom is van twee voormalige partners die een affectieve relatie hadden. Na het beëindigen van hun relatie is een conflict ontstaan over de verdeling van de (over)waarde van het appartement en de vraag of een van de partijen een gebruiksvergoeding verschuldigd is aan de ander. De rechtbank moet beslissen over de wijze van verdeling van de woning en de compensatie voor eventuele kosten en betalingen die door de partijen zijn gemaakt.
Het verloop van het proces en de feiten
De voormalige partners, hierna aangeduid als [partij A] en [partij B], werden in december 2019 gezamenlijk eigenaar van een appartement. Na de beëindiging van hun relatie in maart 2020, vertrok [partij A] uit de woning op 1 mei 2020, waarna [partij B] er bleef wonen. De woning werd destijds voor € 175.000,- gekocht, grotendeels gefinancierd via een hypothecaire lening van € 165.000,-.
[partij A] heeft de rechtbank verzocht om de woning toe te delen aan [partij B] tegen een door een makelaar te bepalen actuele waarde, onder de voorwaarde dat [partij B] de hypothecaire lening aflost of [partij A] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ontslaat. Indien dit niet binnen drie maanden lukt, wil [partij A] dat de woning aan een derde wordt verkocht. Verder eist [partij A] een gebruiksvergoeding van [partij B] vanaf het moment dat hij de woning verliet.
[partij B] vordert in reconventie dat [partij A] met terugwerkende kracht de helft van de vaste lasten van de woning vergoedt vanaf hun gezamenlijke eigendom en rekening houdt met kosten die [partij B] heeft gemaakt tot een bedrag van € 56.077,16.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn verdere stukken door beide partijen ingediend en is de zaak inhoudelijk besproken. Er is geen samenlevingsovereenkomst of andere expliciete afspraken over kostenverdeling tussen de partijen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank concludeert dat een verdeling van de woning noodzakelijk is omdat partijen niet tot een overeenkomst kunnen komen. Het uitgangspunt is dat [partij B] de gelegenheid krijgt om de woning over te nemen. Indien [partij B] de financiering niet binnen de gestelde termijn kan regelen, moet de woning worden verkocht aan een derde om de gemeenschap te beëindigen.
De rechtbank beslist dat de woning opnieuw moet worden getaxeerd door een makelaar om de actuele waarde vast te stellen, omdat de eerdere taxatie verouderd is. De waarde van de woning moet worden bepaald op het moment van verdeling, tenzij anders overeengekomen of redelijkheid en billijkheid anders vereisen.
Wat betreft de vergoedingsrechten concludeert de rechtbank dat er geen overeenkomsten zijn gesloten tussen de partijen over de verdeling van kosten. Op basis van het algemene verbintenissenrecht en de redelijkheid en billijkheid worden enkele claims van [partij B] erkend, waaronder de ongelijk afgeloste hypotheek en de lening bij ING. Echter, claims voor renovatiekosten en gebruikerslasten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Voor de gebruiksvergoeding concludeert de rechtbank dat de vergoeding gelijk moet zijn aan de helft van de eigenaarslasten die [partij B] heeft betaald. Dit leidt tot de conclusie dat partijen niets van elkaar te vorderen hebben met betrekking tot de gebruiksvergoeding en eigenaarslasten en dat deze buiten beschouwing worden gelaten bij de verdeling van de woning.
De rechtbank bepaalt dat de proceskosten tussen de partijen worden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad, wat inhoudt dat de beslissing direct kan worden uitgevoerd, tenzij in hoger beroep anders wordt beslist.
De uitspraak biedt een gedetailleerde en grondige beoordeling van de juridische en feitelijke kwesties die spelen bij de verdeling van gemeenschappelijk eigendom na de beëindiging van een affectieve relatie, waarbij de rechtbank zich baseert op het verbintenissenrecht en redelijkheid en billijkheid.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




