###
De zaak in het kort
De rechtbank Den Haag heeft een geschil behandeld tussen de Gemeente Leidschendam-Voorburg en een Vereniging van Eigenaars (VvE) over de verdeling van kosten voor toekomstige toegangspoorten en het brandveiligheidssysteem in een parkeergarage. De Gemeente wilde dat de VvE verantwoordelijk zou worden voor de kosten, maar de VvE was het daar niet mee eens. De Gemeente verzocht de rechter om de besluiten van de VvE nietig te verklaren of te vernietigen, maar de rechtbank wees deze verzoeken af.
Het verloop van het proces en de feiten
Bij de procedure waren de Gemeente Leidschendam-Voorburg en de Vereniging van Eigenaars betrokken. De zaak begon met een verzoekschrift van de Gemeente, gevolgd door een verweerschrift van de VvE. Een mondelinge behandeling vond plaats op 11 december 2025. De kern van het geschil was de uitleg van een splitsingsakte van 1988, waarin een perceel grond was verdeeld in drie appartementsrechten. Een parkeergarage, die toegankelijk was voor zowel bewoners als het publiek, veroorzaakte overlast, wat de Gemeente ertoe bracht om de garage af te sluiten voor niet-bewoners.
In januari 2025 keurde de brandweer het brandveiligheidssysteem in de parkeergarage af, waarna de Gemeente een volledige inspectie liet uitvoeren. Tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) op 30 juni 2025 stelde de Gemeente voor dat de VvE de kosten voor onderhoud van de toegangspoorten en het brandveiligheidssysteem zou dragen. Beide voorstellen werden door de VvE verworpen.
De Gemeente was van mening dat de besluiten van de VvE in strijd waren met de splitsingsakte. Zij stelde dat de kosten voor de toegangspoorten en het brandveiligheidssysteem over alle VvE-leden verdeeld moesten worden, conform de verdeling van breukdelen zoals vastgelegd in de splitsingsakte. De Gemeente verzocht de kantonrechter om de besluiten nietig te verklaren of te vernietigen en de VvE te veroordelen tot medewerking aan de kostenverdeling.
De VvE voerde verweer en stelde dat de Gemeente niet ontvankelijk was in haar verzoeken, of dat de verzoeken moesten worden afgewezen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de besluiten van de VvE niet in strijd waren met de splitsingsakte of de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter stelde dat de splitsingsakte duidelijk maakte welke zaken als gemeenschappelijk werden beschouwd. De toegangspoorteninstallatie en de brandveiligheidsinstallatie werden niet genoemd als gemeenschappelijke zaken in de splitsingsakte, en de voorzieningen in de parkeergarage werden specifiek uitgezonderd.
De rechter vond dat de toegangspoorteninstallatie en brandveiligheidsinstallatie niet automatisch gemeenschappelijk waren, omdat toekomstige voorzieningen in de parkeergarage daarvan waren uitgezonderd. De splitsingsakte gaf de ledenvergadering van de VvE de bevoegdheid om te beslissen of een toekomstige voorziening gemeenschappelijk was.
Daarnaast had de Gemeente volgens de splitsingsakte de bevoegdheid om de parkeergarage af te sluiten, mits er een passende regeling werd getroffen met de eigenaars van de andere appartementsindexen. De Gemeente had echter geen inspraak van de VvE bij de totstandkoming van de brandveiligheidsrapporten meegenomen, en de VvE had terecht geweigerd de kosten voor een nieuw brandveiligheidssysteem te dragen.
Tot slot oordeelde de rechtbank dat het besluit van de Gemeente om de toegangspoorteninstallatie te realiseren logisch was vanwege de overlast, maar dat dit niet betekende dat de VvE de kosten moest dragen. De weigering van de VvE om in de kosten te delen, was redelijk gezien de omstandigheden.
De rechtbank wees daarom de primaire en subsidiaire verzoeken van de Gemeente af en veroordeelde de Gemeente tot het betalen van de proceskosten van de VvE, begroot op €720,00. De beschikking werd voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




