De zaak in het kort
De rechtbank Den Haag heeft op 25 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak tussen Stichting [eiseres] en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het geschil draaide om de oplegging van een last onder dwangsom en de invordering van een verbeurde dwangsom vanwege de illegale splitsing van een pand in appartementen zonder de benodigde omgevingsvergunning. Eiseres was het niet eens met deze besluiten en voerde verschillende beroepsgronden aan om het dwangsombesluit en het invorderingsbesluit aan te vechten. De rechtbank oordeelde echter dat zowel de oplegging van de last onder dwangsom als de invordering rechtmatig waren. De beroepen van eiseres werden ongegrond verklaard.
Het verloop van het proces en de feiten
Op 22 januari 2021 constateerde een toezichthouder tijdens een controle dat er twee woningen aanwezig waren in het pand aan de [adres 2]. Vervolgens diende de Vereniging van Eigenaren (VvE) op 18 februari 2021 een verzoek in bij het college om handhavend op te treden, omdat de bouwkundige splitsing zonder toestemming van de VvE zou zijn uitgevoerd. Een derde partij, eigenaar van een naburig pand, diende eveneens een verzoek tot handhaving in, stellende dat de splitsing in strijd was met het bestemmingsplan.
Op 30 april 2021 besloot het college een last onder dwangsom op te leggen aan eiseres, met als eis dat de bouwkundige splitsing zou worden beëindigd. Indien eiseres niet aan deze last zou voldoen vóór 1 juli 2021, zou een dwangsom van € 5.000,- worden verbeurd. Eiseres diende bezwaar in tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond op 8 februari 2022. Op 16 mei 2022 bleek uit een inspectierapport dat de overtreding niet beëindigd was, waarop het college besloot de dwangsom in te vorderen op 19 juli 2022.
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit om een last op te leggen en maakte bezwaar tegen het invorderingsbesluit. De rechtbank behandelde de beroepen op 18 december 2025, waarbij eiseres niet verscheen. Het college en de derde partij waren wel vertegenwoordigd.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het college gerechtigd was om de last onder dwangsom op te leggen, omdat de bouwkundige splitsing zonder de vereiste omgevingsvergunning in strijd was met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Eiseres kon als overtreder worden aangemerkt, omdat zij de gesplitste woning in eigendom had gekregen en het in haar macht lag de splitsing ongedaan te maken. De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat geen sprake was van een overtreding, omdat de woning vrij indeelbaar zou zijn en voldeed aan de gemeentelijke indelingseisen.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van gewekt vertrouwen door gedogen van de splitsing door het college. Het college had de vorige eigenaar reeds gewaarschuwd over de illegaliteit van de splitsing en handhavend opgetreden. Eiseres had verder geen toezeggingen of uitingen van het college kunnen aantonen die erop zouden duiden dat de splitsing gedoogd werd.
De rechtbank achtte het invorderingsbesluit eveneens rechtmatig. Het inspectierapport van 16 mei 2022 bevestigde dat de overtreding niet was beëindigd, wat de invordering van de dwangsom rechtvaardigde. Er waren volgens de rechtbank geen bijzondere omstandigheden die afdoening van de invordering rechtvaardigden, en de invordering werd als evenredig beoordeeld.
Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn, stelde de rechtbank vast dat er inderdaad sprake was van termijnoverschrijding. Echter, de schadevergoeding werd slechts één keer toegekend in een gerelateerde zaak met hetzelfde onderwerp.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank de beroepen van eiseres ongegrond, waardoor de besluiten van het college in stand bleven. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het door eiseres betaalde griffierecht werd niet gerestitueerd. Eiseres heeft de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



