De zaak in het kort
Op 26 februari 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een complexe echtscheidingsprocedure. De zaak betrof de ontbinding van het huwelijk tussen [de vrouw] en [de man], waarbij de rechtbank ook beslissingen heeft genomen over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kinderen, de zorgregeling, kinderalimentatie, en de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Beide partijen hadden tijdens de procedure uitgebreide verzoeken en verweren ingediend. De rechtbank moest ook beslissen over een geschil aangaande een schenking met uitsluitingsclausule en hoe deze invloed had op de verdeling van de echtelijke woning.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoek van de vrouw om echtscheiding aan te vragen, inclusief nevenvoorzieningen zoals de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar, een zorgregeling, en kinderalimentatie. De man diende eveneens een verzoek tot echtscheiding in met aanvullende verzoeken, waaronder een vergoedingsrecht op de echtelijke woning. Beide partijen waren het erover eens dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zouden hebben, maar er waren conflicten over de zorgregeling en financiƫle kwesties.
De rechtbank behandelde de zaak uitvoerig en hoorde de standpunten van beide partijen. Er werd ook een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen afwisselend bij beide ouders zouden verblijven. Daarnaast werd een voorlopige kinderalimentatie vastgesteld die de man moest betalen. De vrouw en de man hadden beiden aanvullende verzoeken ingediend om de definitieve zorgregeling, kinderalimentatie, en de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen.
Tijdens de zitting kwamen onder andere de volgende feiten naar voren:
– Het huwelijk tussen de partijen was duurzaam ontwricht.
– Er was geen ouderschapsplan overgelegd, maar de rechtbank vond dat de partijen voldoende hadden onderbouwd waarom dit niet mogelijk was.
– De man en de vrouw waren het eens over de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw.
– Er was discussie over de zorgregeling, waarbij beide partijen uitgebreide voorstellen hadden gedaan.
– De man claimde een vergoedingsrecht vanwege een schenking van zijn ouders die was gebruikt voor de aankoop van de echtelijke woning.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank besliste dat de echtscheiding tussen de man en de vrouw kon worden uitgesproken, omdat het huwelijk duurzaam ontwricht was. De rechtbank bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zou zijn en stelde een zorgregeling vast waarbij de kinderen afwisselend bij beide ouders zouden verblijven, met specifieke afspraken voor vakanties en feestdagen. De rechtbank stelde ook de kinderalimentatie vast op ⬠382,- per maand per kind, te betalen door de man.
Ten aanzien van de financiële kwesties besliste de rechtbank dat de man recht had op een vergoedingsrecht van ⬠108.000,- uit de gemeenschap, vanwege een schenking van zijn ouders die was aangewend voor de aankoop van de echtelijke woning. De echtelijke woning zou worden toegedeeld aan de man, mits hij de vrouw uit de hypothecaire verplichting kon ontslaan. Indien dit niet mogelijk was, zou de woning verkocht worden aan een derde partij. De rechtbank verdeelde ook de bankrekeningen, inboedel, en andere bezittingen en schulden tussen de partijen.
De rechtbank oordeelde dat de proceskosten zouden worden gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten moesten dragen. De schending van de goede procesorde door de vrouw, door op het laatste moment haar standpunt over de schenking te wijzigen, werd afgewezen, en de rechtbank besloot geen nadere bewijsvoering toe te laten. Uiteindelijk werd de echtscheiding uitgesproken en werden de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




