De zaak in het kort
Een professioneel VvE-beheerder werd veroordeeld voor verduistering van meer dan 341.000 euro van verenigingen van eigenaars (VvE’s) en gewoontewitwassen. De rechtbank Den Haag heeft de verdachte een taakstraf van 240 uur opgelegd, samen met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Ook werden gedeeltelijke schadevergoedingen aan de benadeelde partijen toegekend.
Het verloop van het proces en de feiten
De verdachte, een eigenaar van een eenmanszaak die VvE’s beheerde, werd beschuldigd van verduistering van VvE-gelden en het witwassen van deze bedragen. Het onderzoek begon na een aangifte van een senior fraud investigator van de ING bank. In totaal werden er 45 aangiftes van verduistering gedaan, waarvan 44 door VvE’s en één door de ING bank. De verdachte bekende tijdens het onderzoek en ter zitting dat hij de gelden had verduisterd om zijn gokverslaving te financieren.
De verduisteringen vonden plaats tussen 24 juli 2020 en 14 december 2022. De verdachte boekte geld van de VvE-rekeningen over naar zijn eigen rekeningen en gebruikte het voor gokken. Hoewel de verdachte sommige legitieme kosten aanvoerde, bleek uit zijn verklaringen en het onderzoek dat hij regelmatig grote, ronde bedragen verduisterde. De rechtbank vond zijn verklaringen betrouwbaar en stelde vast dat de verdachte een bedrag van ongeveer 341.418,95 euro had verduisterd.
Naast verduistering werd de verdachte ook beschuldigd van gewoontewitwassen. Hij heeft de verduisterde bedragen overgedragen naar zijn beheer- en privérekeningen en goksites, en bekende dit tijdens het proces. De rechtbank concludeerde dat hij zich schuldig had gemaakt aan gewoontewitwassen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank achtte de verdachte schuldig aan beide tenlastegelegde feiten: verduistering in dienstbetrekking en gewoontewitwassen. Gezien de ernst van de feiten, de gokverslaving van de verdachte en het feit dat hij eerder niet in aanraking was gekomen met justitie, legde de rechtbank een taakstraf van 240 uur op, samen met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van twee jaar. De verdachte werd ook veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen aan de benadeelde partijen.
De rechtbank overwoog dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de verdachte zou belemmeren om de schade te vergoeden, omdat hij dan zijn baan zou verliezen, waarmee hij de mogelijkheid zou verliezen om de benadeelde partijen schadeloos te stellen. De verdachte was bereid om de schade te vergoeden en had spijt betuigd, wat in zijn voordeel werd meegewogen.
Ondanks een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, zag de rechtbank af van strafvermindering, omdat de opgelegde strafmaat en -modaliteit voldoende recht deden aan de ernst van de feiten. De rechtbank legde ook schadevergoedingsmaatregelen op, waarbij de verdachte verplicht werd om de toegewezen bedragen aan de benadeelde partijen te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de transacties.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




