De zaak in het kort
Een professioneel VvE-beheerder, werkzaam in Nederland, is veroordeeld door de Rechtbank Den Haag voor verduistering in dienstbetrekking en gewoontewitwassen. De beheerder heeft een bedrag van ruim €341.418,95 verduisterd van verschillende Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) door geld van hun rekeningen over te maken naar zijn eigen rekeningen om zijn gokverslaving te financieren. De beheerder is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast zijn de vorderingen van diverse benadeelde partijen deels toegewezen.
Het verloop van het proces en de feiten
Het onderzoek naar de verdachte begon na een melding van een frauduleuze overboeking bij de ING Bank. In totaal werden er 45 aangiftes gedaan tegen de verdachte, waarvan 44 door VvE’s en één door de bank zelf. Tijdens de verhoren bekende de verdachte gedeeltelijk schuld, waarbij hij toegaf dat hij de verduisterde bedragen gebruikte om zijn gokverslaving te financieren. Hij gaf aan dat hij grote, ronde bedragen van de rekeningen van VvE’s naar zijn eigen rekeningen overboekte en dat hij sommige bedragen direct naar goksites overmaakte. De verduistering vond plaats tussen juli 2020 en december 2022.
Op basis van de verklaringen en het bewijs stelde de rechtbank dat de verdachte in totaal €341.418,95 heeft verduisterd. De verdachte had als beheerder toegang tot de rekeningen van de VvE’s en maakte misbruik van deze positie door geld over te schrijven voor persoonlijk gebruik. De verduistering en het witwassen werden over een periode van twee en een half jaar gepleegd. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan gewoontewitwassen.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank overwoog de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte bij het bepalen van de straf. Ondanks de ernst van de misdrijven, waarbij het vertrouwen van de VvE’s ernstig was geschaad, hield de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld. Ook werd in aanmerking genomen dat de verdachte spijt had betuigd en bereid was de schade te vergoeden.
Als gevolg hiervan werd de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank besloot ook tot gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, wat betekende dat de verdachte een deel van de verduisterde bedragen moest terugbetalen. De toegewezen schadevergoedingen varieerden per benadeelde partij, en sommige vorderingen werden niet toewijsbaar verklaard, waardoor deze partijen hun vorderingen bij de burgerlijke rechter konden aanbrengen.
De rechtbank legde de verdachte tevens de verplichting op om de toegewezen bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partijen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de transacties tot aan de dag van betaling. De rechtbank benadrukte dat het belangrijk was dat de benadeelde partijen hun schade vergoed kregen en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de verdachte zou belemmeren in het werken en het vergoeden van de schade.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



