De zaak in het kort
De zaak betreft een geschil tussen een individuele eigenaar, aangeduid als [verzoeker], en de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het appartementencomplex Schellingshof te Beek-Ubbergen. Het conflict draait om de verdeling van onderhoudskosten binnen de VvE en de vraag of bepaalde besluiten van de VvE nietig of vernietigbaar zijn. [verzoeker] is van mening dat de VvE ten onrechte onderhoudskosten draagt die eigenlijk door de hoofd-VvE hadden moeten worden gedragen, waardoor de leden van de VvE, waaronder [verzoeker] zelf, een te hoge bijdrage betalen. De kantonrechter in Nijmegen behandelt het verzoek van [verzoeker] om verschillende besluiten van de VvE die in april 2025 zijn genomen, nietig te verklaren of te vernietigen. De VvE verzoekt op haar beurt om het verzoek van [verzoeker] af te wijzen.
Het verloop van het proces en de feiten
Het appartementencomplex Schellingshof is in 2003 gesplitst in drie appartementsrechten, waarvan één betrekking heeft op 39 woningen. De eigenaren van deze woningen zijn lid van een onder-VvE binnen de hoofd-VvE. Het geschil betreft de verdeling van onderhoudskosten die door de VvE worden gedragen, terwijl [verzoeker] stelt dat deze kosten door de hoofd-VvE zouden moeten worden gedragen. [verzoeker] heeft voorstellen gedaan aan de algemene ledenvergadering (ALV) van de VvE om de huidige praktijk van kostenverdeling te wijzigen, maar deze zijn in een vergadering in april 2025 verworpen. In plaats daarvan heeft de ALV een gewijzigd huishoudelijk reglement aangenomen.
De VvE heeft ook voorstellen gedaan voor aanpassingen in het huishoudelijk reglement, die werden aangenomen. Ondertussen heeft een andere belanghebbende, de heer [naam], eveneens verzoeken ingediend om kosten vanaf 2010 te herrekenen en eventueel teveel betaalde servicekosten terug te vorderen. De rechtmatigheid van de huidige praktijk van kostenverdeling en de vraag of de VvE bevoegd is om deze kostenverdeling vast te stellen, staan centraal in de zaak.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelt dat de besluiten van de VvE niet nietig of vernietigbaar zijn. Er is geen bewijs geleverd dat de VvE kosten draagt die zij niet zou moeten dragen of dat de kostenverdeling in strijd is met de akte van splitsing. De rechter wijst erop dat het aan [verzoeker] was om cijfermatig te onderbouwen dat de huidige verdeling van kosten afwijkt van wat in de splitsingsakte is vastgelegd. Zonder deze onderbouwing kan niet worden vastgesteld dat de VvE een te hoge bijdrage betaalt.
Verder wordt benadrukt dat de VvE bevoegd is om op de huidige manier kosten te verdelen, zolang er unaniem in de hoofd-VvE besloten kan worden tot afwijkende draagplichten. De kantonrechter ziet geen bewijs dat de VvE willekeurig kosten verdeelt of handelt in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Ook de verzoeken van [naam] worden afgewezen, omdat hij geen lid is van de VvE en er geen machtiging is om namens appartementseigenaren op te treden.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat [verzoeker] in het ongelijk wordt gesteld en veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van de VvE, begroot op € 1.086. De kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat deze direct ten uitvoer kan worden gelegd.
Kortom, de rechtbank handhaaft de besluiten van de VvE en bevestigt de huidige praktijk van kostenverdeling binnen de VvE als rechtmatig, waarbij [verzoeker] geen voldoende juridische basis heeft geleverd om de besluiten aan te vechten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




