De zaak in het kort
In deze civiele zaak, behandeld door de rechtbank Limburg, staat een geschil centraal tussen een hoofdverhuurder en een onderhuurder. De kwestie ontstond tijdens de energiecrisis, toen de hoofdverhuurder een nieuwe energieovereenkomst sloot, resulterend in hogere energiekosten. Deze kosten werden doorberekend aan de onderhuurder. De onderhuurder eiste schadevergoeding of huurprijsvermindering, stellende dat de verhuurder niet aan zijn zorgverplichtingen voldeed en dat er sprake was van een gebrek. De rechtbank oordeelde echter dat de vorderingen van de onderhuurder ongegrond waren en wees deze af.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE, eigenaar van de bedrijfsruimte, verhuurde deze aan de hoofdverhuurder, die op zijn beurt het pand onderverhuurde aan de eisers in conventie. De huurovereenkomst bevatte bepalingen over de betaling van bijkomende leveringen en diensten, waaronder energiekosten, die door de VvE werden gefactureerd. Na het afsluiten van een nieuw energiecontract door de VvE per 2023, stegen de maandelijkse energiekosten aanzienlijk, wat leidde tot een verhoging van het voorschot dat de onderhuurder moest betalen.
De onderhuurder stelde dat de verhuurder zijn zorgplicht had geschonden door geen overleg te voeren over de redelijkheid van de doorberekende kosten en eiste daarom een maandelijkse korting en schadevergoeding. Anderzijds vorderde de verhuurder in reconventie betaling van een contractuele boete en advocaatkosten, wegens niet-nakoming van de betalingsverplichtingen door de onderhuurder.
Tijdens de procedure werd ook een vrijwaringszaak tegen de VvE opgestart, die later werd afgesplitst van de hoofdzaak vanwege de verwachte lange duur van de behandeling. De rechtbank behandelde de hoofdzaak en de reconventionele vorderingen apart.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de hoofdverhuurder niet verplicht was om te overleggen met de onderhuurder over de kostenverhoging. Artikel 7:259 BW, dat de onderhuurder aanhaalde, was niet van toepassing omdat het alleen geldt voor woonruimte, terwijl het hier om bedrijfsruimte ging. Bovendien bleek er geen causaal verband te zijn tussen het niet-overleg en de gestegen kosten, en waren er geen aanwijzingen dat overleg tot een ander resultaat had geleid.
De rechtbank wees ook de vordering tot huurprijsvermindering of schadevergoeding af, omdat de gestegen energiekosten geen gebrek aan het gehuurde opleverden in de zin van artikel 7:204 BW. Structurele onderhoudsproblemen, die volgens de onderhuurder tot hogere energiekosten leidden, waren niet voldoende onderbouwd met bewijsstukken.
In reconventie werd de vordering van de verhuurder grotendeels toegewezen. De onderhuurder werd veroordeeld tot betaling van de door de verhuurder gevorderde bedragen, waaronder de eindafrekening van de energiekosten en een contractuele boete. De rechtbank wees de vordering tot vergoeding van daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten af, maar kende wel een vergoeding toe voor buitengerechtelijke incassokosten volgens de wettelijke tarieven.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke rente over de contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd was vanaf de dag van de eis in reconventie. De onderhuurder werd tevens veroordeeld in de proceskosten van zowel de conventionele als de reconventionele procedure. Het verzoek om een hogere compensatie of matiging van de aan de onderhuurder doorbelaste kosten werd afgewezen, aangezien er geen juridische of feitelijke grondslag voor bestond.
Al met al bevestigt deze zaak het belang van duidelijke afspraken en naleving van contractuele verplichtingen tussen huurders en verhuurders, vooral in het geval van wijzigingen in kosten zoals energiekosten. De uitspraak onderstreept dat verhuurders niet automatisch verplicht zijn om overleg te voeren over dergelijke wijzigingen, tenzij expliciet anders is overeengekomen in de huurovereenkomst.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




