De zaak in het kort
In deze complexe erfrechtelijke kwestie, behandeld door de rechtbank Limburg, draait het om de verdeling van de nalatenschap van een overleden persoon. De zaak betreft de verdeling van goederen en de vraag of bepaalde kosten al dan niet ten laste van de nalatenschap komen. De rechtbank oordeelt over de rol van de erfgenamen, waaronder de executeur, en beoordeelt of er sprake is van opzettelijke verzwijging van vermogensbestanddelen. Verschillende financiële posten, zoals opnamen en overboekingen door een van de erfgenamen, en kosten voor rechtsbijstand en andere adviseurs worden kritisch bekeken. Uiteindelijk worden de verhoudingen tussen de erfgenamen berekend en worden de kosten en baten verdeeld. De rechtbank stelt dat de executeur in bepaalde gevallen opzettelijk goederen heeft verzwegen, wat impliceert dat zij haar aandeel in die goederen verbeurt.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure heeft een uitgebreid verloop met meerdere tussenvonnissen uitgesproken in de jaren voorafgaand aan de einduitspraak in augustus 2025. De zaak is complex door de vele details en financiële transacties die beoordeeld moeten worden. De rechtbank verwijst naar eerdere vonnissen en overweegt dat bepaalde goederen overgeslagen zijn in de eerdere verdelingen van de nalatenschap. Deze goederen moeten alsnog worden verdeeld op basis van het Burgerlijk Wetboek (BW).
De zaak betreft drie partijen: de eiser, en twee gedaagden die erfgenamen zijn, waarbij een van de gedaagden ook als executeur optrad. Tijdens de zitting blijkt dat er aanzienlijke bedragen door de executeur zijn opgenomen en overgeboekt, waarvan de rechtmatigheid in twijfel wordt getrokken door de eiser. De rechtbank onderzoekt of deze kosten ten behoeve van de nalatenschap zijn gemaakt of dat ze als privé-uitgaven moeten worden beschouwd.
De rechtbank constateert dat de executeur aanzienlijke bedragen heeft opgenomen en overgeboekt zonder voldoende bewijs dat deze ten behoeve van de nalatenschap zijn gemaakt. De rechtbank oordeelt dat de executeur onder andere reis- en verblijfskosten heeft opgevoerd die niet als executeurskosten kunnen worden aangemerkt, evenals vertaal- en kopieerkosten die niet voldoende zijn onderbouwd.
Daarnaast is er discussie over de kosten voor rechtsbijstand die de executeur heeft gemaakt. De rechtbank heeft reeds in eerdere vonnissen bepaald dat deze kosten niet ten laste van de nalatenschap komen, maar de executeur heeft geen onderscheid gemaakt tussen kosten ten behoeve van de nalatenschap en privé-kosten.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank komt tot de conclusie dat de executeur bepaalde goederen en bedragen opzettelijk heeft verzwegen, wat tot gevolg heeft dat haar aandeel in die goederen verbeurt aan de andere erfgenamen. Dit betekent dat zij geen aanspraak meer kan maken op deze goederen. De rechtbank verdeelt de overgeslagen goederen tussen de eiser en de andere gedaagde, waarbij de specifieke aandelen van iedere erfgenaam worden berekend en vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat een bedrag van €39.270,95, dat niet als kosten van de nalatenschap kan worden aangemerkt, moet worden verdeeld tussen de eiser en de tweede gedaagde. Daarnaast moet een bedrag van €168.177,43, dat ook niet als kosten van de nalatenschap geldt, tussen dezelfde partijen worden verdeeld.
De rechtbank wijst ook een vordering toe voor wettelijke rente over de bedragen die door de executeur zijn verzwegen en bepaalt dat de executeur deze rente verschuldigd is vanaf een specifieke datum, namelijk 22 december 2022.
Ten aanzien van de levering van een onroerende zaak aan de eiser, oordeelt de rechtbank dat de executeur en de tweede gedaagde hun medewerking moeten verlenen aan de levering van de woning. Bij weigering zal het vonnis in de plaats van de leveringsakte treden, wat betekent dat de notaris de akte kan opstellen en passeren zonder hun medewerking.
Tot slot compenseert de rechtbank de proceskosten tussen de partijen vanwege hun familierelatie, wat betekent dat iedere partij haar eigen kosten moet dragen. De rechtbank doet hiermee een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, zodat de beslissingen direct ten uitvoer kunnen worden gelegd, ondanks eventuele hoger beroepen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




