VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBLIM:2026:1207 huurder krijgt gedeeltelijke terugbetaling waarborgsom

by VvERechstpraak.nl
04/03/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In een geschil tussen een huurder en een verhuurder heeft de Rechtbank Limburg een uitspraak gedaan over de terugbetaling van een waarborgsom na beëindiging van een huurovereenkomst. De huurder, die samen met een andere persoon een woonruimte huurde, vorderde de volledige terugbetaling van de waarborgsom. De verhuurder had echter een deel van de waarborgsom ingehouden voor kosten van een slotenmaker en stookkosten. De rechtbank oordeelde dat de verhuurder terecht een bedrag voor de slotenmaker had ingehouden, maar dat de inhouding voor de stookkosten onterecht was. De huurder kreeg een bedrag van € 94,08 toegewezen, maar de vordering voor de wettelijke rente werd afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:694 afwijzing verzoek kantoor naar woonruimte

ECLI:NL:RBLIM:2026:1207 huurder versus verhuurder over waarborgsom

ECLI:NL:RBMNE:2026:694 rechter wijst verzoek afwijkend gebruik kantoor naar woonruimte af

Het verloop van het proces en de feiten

De procedure begon met een dagvaarding waarin de huurder de terugbetaling van de volledige waarborgsom eiste. De verhuurder voerde verweer en stelde dat de inhoudingen op de waarborgsom rechtmatig waren. Het huurcontract tussen de partijen liep van 28 oktober 2022 tot 31 oktober 2024, met een maandelijkse huurprijs en servicekosten van € 1.395,00. Bij aanvang van de huurovereenkomst werd een waarborgsom van hetzelfde bedrag betaald.

Een belangrijk feit in deze zaak was dat de huurder in november 2022 een slotenmaker had ingeschakeld omdat niet alle sleutels bij aanvang van de huur waren verstrekt. De kosten van de slotenmaker bedroegen € 320,00, wat de huurder in mindering bracht op de huur voor december 2022. Na het einde van de huurperiode op 31 oktober 2024, hield de verhuurder dit bedrag in op de terugbetaling van de waarborgsom, evenals € 94,08 voor stookkosten.

Een ander belangrijk aspect van het proces was de kwestie van de relatieve bevoegdheid van de rechtbank. De zaak was aanvankelijk bij de rechtbank Limburg in Maastricht aangebracht, maar werd vervolgens naar Roermond verwezen. Hoewel de zaak eigenlijk bij de rechtbank Rotterdam had moeten worden aangebracht, besloot de kantonrechter de zaak in Roermond te behandelen vanwege proceseconomische redenen.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank moest beslissen of de huurder recht had op de volledige terugbetaling van de waarborgsom. Het centrale geschil draaide om de vraag of de inhoudingen voor de slotenmaker en de stookkosten gerechtvaardigd waren.

Ten aanzien van de kosten voor de slotenmaker oordeelde de rechtbank dat de verhuurder terecht dit bedrag op de waarborgsom had verrekend. De huurder had niet aangetoond dat zij toestemming had verkregen van de beheerder Rotsvast om de slotenmaker in te schakelen op kosten van de verhuurder. Er was ook onvoldoende bewijs dat de verhuurder een schadevergoedingsplicht had wegens het niet verstrekken van de sleutels.

Wat betreft de stookkosten over 2024, oordeelde de rechtbank dat de verhuurder onvoldoende had onderbouwd dat de huurder nog een bedrag van € 94,08 verschuldigd was. Er waren geen stukken overgelegd waaruit bleek dat de huurder dit bedrag verschuldigd was. Daarom werd dit deel van de vordering toegewezen aan de huurder.

ADVERTISEMENT

De rechtbank wees de vordering voor de wettelijke rente af omdat de huurder niet had voldaan aan de stelplicht, aangezien in de dagvaarding niets was vermeld over de verschuldigdheid van wettelijke rente. De proceskosten werden tussen de partijen gecompenseerd, wat betekent dat elke partij haar eigen kosten moest dragen. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze meteen kon worden uitgevoerd, ondanks eventueel hoger beroep.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBNHO:2026:969 conflict over kostenverdeling tussen VvE’s

Next Post

### ECLI:NL:RBNHO:2026:883 veroordeling voor achterstallige servicekosten, incassokosten afgewezen

Gerelateerde uitspraken>>>

Vervangende machtiging

ECLI:NL:RBMNE:2026:694 afwijzing verzoek kantoor naar woonruimte

05/03/2026
Vervangende machtiging

ECLI:NL:RBLIM:2026:1207 huurder versus verhuurder over waarborgsom

05/03/2026
Vervangende machtiging

ECLI:NL:RBMNE:2026:694 rechter wijst verzoek afwijkend gebruik kantoor naar woonruimte af

04/03/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.