De zaak in het kort
In een civiele procedure bij de rechtbank Midden-Nederland hebben enkele leden van een Vereniging van Eigenaren (VvE) verzocht om nietigverklaring of vernietiging van diverse besluiten die tijdens een algemene ledenvergadering (ALV) van de VvE waren genomen. De besluiten betroffen de opheffing van een bouwcommissie, goedkeuring van de jaarstukken 2023, decharge van het bestuur over 2023, en het vaststellen van een bijdrage om een exploitatietekort aan te zuiveren. De kantonrechter heeft uiteindelijk enkele van deze besluiten vernietigd wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid, terwijl het besluit tot opheffing van de bouwcommissie als rechtsgeldig werd beoordeeld.
Het verloop van het proces en de feiten
Het geschil ontstond bij een VvE die 102 appartementsrechten beheert binnen een bungalowpark. De meerderheid van deze rechten wordt gehouden door een B.V., die tevens het park beheert en de VvE administreert. Conflicten ontstonden na de overname van de B.V. door een nieuwe eigenaar, wat tot spanningen leidde tussen de particuliere eigenaren en de B.V.
Tijdens een bijzondere ALV in december 2024 werden besluiten genomen die door sommige leden werden betwist. Deze leden, de verzoekers in de zaak, voerden aan dat de besluiten niet in lijn waren met de redelijkheid en billijkheid die binnen de VvE zouden moeten gelden. Ze stelden dat de besluiten nietig of vernietigbaar waren, met name omdat de meerderheidseigenaar, de B.V., bij de besluitvorming onvoldoende rekening hield met de belangen van de andere eigenaren.
De ALV besloot onder meer om de bouwcommissie op te heffen, de jaarstukken 2023 goed te keuren, het bestuur decharge te verlenen voor 2023, en een financiële bijdrage van de leden te vragen om een tekort te dekken. Deze besluiten werden met een meerderheid van stemmen aangenomen, maar de verzoekers waren van mening dat er onregelmatigheden waren, vooral in de manier waarop de financiële zaken werden afgehandeld en de invloed die de B.V. op de besluiten had.
Tijdens de procedure werden diverse stukken en verklaringen ingediend door zowel de verzoekers als de VvE. Een mondelinge behandeling vond plaats, waarna de kwestie tijdelijk werd aangehouden om commissies te vormen die de problematiek zouden bespreken. Dit overleg leidde echter niet tot een oplossing, waarna de procedure werd voortgezet.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter heeft de besluiten van de ALV afzonderlijk beoordeeld:
1. **Opheffing van de bouwcommissie**: De kantonrechter oordeelde dat dit besluit rechtsgeldig was. Het opheffen van de bouwcommissie werd niet beschouwd als een wijziging van het huishoudelijk reglement die een gekwalificeerde meerderheid van stemmen vereiste. Bovendien was de redelijkheid en billijkheid niet geschonden, aangezien de bouwcommissie al eerder haar bevoegdheid had verloren om zelfstandig over bouwaanvragen te beslissen.
2. **Goedkeuring van de jaarstukken 2023**: Dit besluit werd vernietigd. De kantonrechter concludeerde dat de besluitvorming niet in lijn was met de redelijkheid en billijkheid, mede vanwege een negatief advies van de kascommissie. De kascommissie had onvoldoende informatie ontvangen om de jaarstukken goed te keuren, en de vergadering had daar onvoldoende rekening mee gehouden.
3. **Decharge van het bestuur**: Ook dit besluit werd vernietigd. De kantonrechter vond dat de vergadering, gezien het gebrek aan duidelijkheid en de problemen met de jaarstukken, niet in redelijkheid tot de beslissing had kunnen komen om het bestuur decharge te verlenen.
4. **Vaststelling van de bijdrage voor het exploitatietekort**: Dit besluit werd eveneens vernietigd. Hoewel het besluit rechtsgeldig was genomen, was de omvang van het exploitatietekort nog onduidelijk door de onvolledige financiële informatie in de jaarstukken. Hierdoor kon het besluit niet als redelijk en billijk worden beschouwd.
De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij haar eigen kosten moest dragen. De kantonrechter verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, wat inhoudt dat de beslissingen onmiddellijk van kracht zijn, ook als er eventueel hoger beroep wordt ingesteld. Hiermee werd de invloed van de meerderheidseigenaar op de besluitvorming kritisch bekeken en deels gecorrigeerd door de rechter, ter bescherming van de belangen van de minderheidseigenaren binnen de VvE.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




