De zaak in het kort
De zaak betreft een geschil tussen appartementseigenaren en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een gebouw over de rechtmatigheid van bepaalde besluiten die zijn genomen tijdens vergaderingen van de VvE. De verzoekers, twee appartementseigenaren, eisen dat de besluiten over de begroting en kostenverdeling nietig worden verklaard of vernietigd. Ze zijn het niet eens met de extra financiële bijdragen die hen zijn opgelegd en de wijze waarop de jaarstukken zijn goedgekeurd zonder de juiste controle door de kascommissie.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift van de eigenaren op 21 november 2024, waarin zij 13 producties bijvoegden. Daaropvolgend diende de VvE een verweerschrift in, met 19 producties. Tijdens de procedure werden meerdere aanvullende stukken ingediend, en vond op 9 juli 2025 een mondelinge behandeling plaats, waarbij beide partijen en andere belanghebbenden aanwezig waren.
De eigenaren bezitten appartementen in een gebouw dat is gesplitst in 16 appartementsrechten. Een van de eigenaren heeft bezwaar tegen het feit dat hij moet bijdragen aan de kosten van een gemeenschappelijke lift, aangezien zijn appartement een eigen lift heeft. De VvE wordt bestuurd door Delair Vastgoed Beheer B.V. en de besluiten waartegen bezwaar is gemaakt zijn genomen tijdens vergaderingen op 24 oktober 2024 en 30 juni 2025.
Tijdens de vergadering van 24 oktober 2024 werd een extra begroting goedgekeurd, die extra kosten omvatte voor onderhoud en onderzoek. Daarnaast werd de begroting voor 2025 vastgesteld. De eigenaren voerden aan dat deze besluiten nietig zouden moeten zijn omdat de besluiten op onjuiste wijze tot stand waren gekomen.
Tijdens de vergadering van 30 juni 2025 werd het verslag van de kascommissie besproken en werden de jaarstukken van 2024 goedgekeurd. De eigenaren stelden dat de kascommissie haar werk niet volgens de wettelijke eisen had uitgevoerd, omdat deze slechts door één persoon was gecontroleerd na het overlijden van een van de commissieleden.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat hij bevoegd is om zowel over de nietigheid als de vernietigbaarheid van de besluiten te oordelen. De rechter verklaarde dat de besluiten met betrekking tot de kascommissie en de goedkeuring van de jaarstukken nietig waren omdat ze in strijd waren met de wet. De kascommissie had niet correct gefunctioneerd omdat zij niet uit minimaal twee leden bestond.
Wat betreft de extra begroting en de besluiten over de gemeenschappelijke lift, oordeelde de kantonrechter dat deze besluiten niet in strijd waren met de splitsingsakte of het modelreglement. De extra bijdrage was met de vereiste meerderheid van stemmen goedgekeurd en de eigenaren hadden onvoldoende onderbouwd waarom deze besluiten nietig zouden moeten zijn. De verzoeken tot vernietiging van deze besluiten werden afgewezen.
De kantonrechter wees ook het verzoek af om een externe accountant in te schakelen voor het controleren van de jaarstukken op kosten van de VvE. De vergadering van de VvE heeft de vrijheid om zelf te bepalen hoe de jaarstukken worden gecontroleerd, of dat nu door een accountant of een kascommissie gebeurt.
Tot slot gaf de kantonrechter aan dat [eiser sub 1] als lid van de VvE recht heeft op inzage in de administratie, maar dat het verzoek om het meest recente hertaxatierapport en de bescheiden van schademeldingen te overleggen werd afgewezen. De VvE had al voldaan aan dit verzoek en beschikte niet over de gevraagde stukken.
De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten moeten dragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct ten uitvoer kan worden gelegd ondanks eventuele hoger beroepen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



