De zaak in het kort
Op 17 december 2025 heeft de rechtbank Midden-Nederland een mondeling vonnis uitgesproken in een kort geding dat was aangespannen door een eiser die toegang eiste tot een door hem gehuurde parkeerplek in een parkeergarage. Daarnaast eiste de eiser schadevergoeding voor de ontzegging van de toegang en verschillende andere gerelateerde zaken. De gedaagde partijen in deze zaak waren een particulier en een stichting, genaamd de Alliantie. De rechtbank verklaarde de eiser niet-ontvankelijk in zijn vorderingen tegen de particuliere gedaagde en wees de vorderingen tegen de Alliantie af.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met dagvaardingen van 17 en 18 november 2025, waarbij de eiser diverse producties indiende. Zowel de Alliantie als de particuliere gedaagde dienden hun conclusies van antwoord in, met respectievelijk 21 en 4 producties. De eiser voegde later extra producties toe. Tijdens de mondelinge behandeling op 17 december 2025 waren alle betrokken partijen aanwezig, inclusief de juridische vertegenwoordigers.
De eiser had verschillende vorderingen ingediend, waaronder de onmiddellijke toegang tot de gehuurde parkeerplek, vernietiging van een ontzeggingsbesluit door de Vereniging van Eigenaren (VvE), intrekking van de opzegging van de huurovereenkomst, schadevergoedingen voor diverse vormen van schade en kosten, en verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis. De eiser beweerde dat het bestuur van de VvE onterecht had besloten hem de toegang tot de parkeerplek te ontzeggen vanwege vermeende overtredingen van het reglement.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de eiser niet-ontvankelijk was in zijn vorderingen tegen de particuliere gedaagde, omdat deze geen partij was bij de overeenkomst tussen de eiser en de Alliantie, en enkel administratieve handelingen verrichtte voor de VvE. De rechtbank stelde vast dat de VvE op onjuiste gronden een ontzeggingsbesluit had genomen zonder de noodzakelijke waarschuwingen en hoorprocedures, wat leidde tot de onterechte wegverwijdering van de auto van de eiser.
Wat betreft de Alliantie, stelde de rechtbank vast dat hoewel de Alliantie te voortvarend handelde door direct het besluit van de VvE te volgen, de situatie inmiddels was hersteld doordat de VvE haar besluit had teruggedraaid. Hierdoor kon de eiser weer gebruikmaken van de parkeerplek, waardoor het belang bij een voorziening tot het verlenen van toegang ontbrak. De vorderingen voor schadevergoeding werden afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde de eiser tot betaling van de proceskosten van de particuliere gedaagde en compenseerde de proceskosten tussen de eiser en de Alliantie, aangezien de Alliantie ook was tekortgeschoten. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de proceskostenveroordeling onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd.
De zaak illustreert de complexiteit van juridische geschillen binnen een VvE en de noodzaak voor gedaagden om zorgvuldig hun rechten en plichten na te leven, evenals de noodzaak voor eisers om voldoende onderbouwing en spoedeisend belang te tonen bij het indienen van vorderingen voor schadevergoeding in kort geding.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




