De zaak in het kort
De rechtbank Midden-Nederland behandelt een geschil tussen twee Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) over de verdeling van onderhoudskosten van een gemeenschappelijk gebruikt parkeerterrein in [plaats]. Het parkeerterrein behoort tot de flatgebouwen van VvE [naam 1], maar wordt ook gebruikt door VvE [naam 2]. Volgens een erfdienstbaarheid moeten beide VvE’s elk de helft van de onderhoudskosten dragen. VvE [naam 1] heeft zonder overleg met VvE [naam 2] onderhoudswerkzaamheden laten uitvoeren en wil dat VvE [naam 2] bijdraagt aan de kosten. VvE [naam 2] betwist dit, evenals de noodzaak van sommige werkzaamheden. De rechtbank oordeelt dat VvE [naam 2] alleen hoeft bij te dragen aan noodzakelijke onderhoudskosten, zoals herbestrating en belijning, en geeft VvE [naam 1] bewijsopdrachten.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak draait om twee flatgebouwen, [naam 1] en [naam 2], die elk door hun eigen VvE worden beheerd. Het parkeerterrein bij flatgebouw [naam 1] is bestemd voor gemeenschappelijk gebruik door de eigenaars van beide gebouwen. De erfdienstbaarheid die op het terrein rust, bepaalt dat de onderhoudskosten gedeeld moeten worden. VvE [naam 1] heeft in 2021 voor bijna 66.000 euro aan werkzaamheden uitgevoerd, waaronder herbestrating, en vraagt VvE [naam 2] om de helft van deze kosten te betalen. VvE [naam 2] weigert, met het argument dat er geen overleg over de noodzaak en aard van de werkzaamheden heeft plaatsgevonden.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen hun standpunten toegelicht. VvE [naam 2] heeft een tegenvordering ingesteld, eisend dat aangebrachte parkeerpaaltjes verwijderd worden en dat VvE [naam 1] geen delen van het parkeerterrein aan derden in gebruik geeft. De rechtbank heeft de partijen na de zitting de gelegenheid gegeven om tot een schikking te komen, maar dit is niet gelukt.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat hoewel er geen overleg tussen de VvE’s heeft plaatsgevonden, dit niet betekent dat VvE [naam 2] helemaal niets hoeft te betalen. De rechtbank stelt dat de term “onderhoud” in de erfdienstbaarheid beperkt moet worden opgevat. Dit betekent dat VvE [naam 2] alleen hoeft bij te dragen aan herbestrating en belijning, maar niet aan extra voorzieningen zoals slagbomen en verlichting, tenzij hierover vooraf was afgestemd.
De rechtbank heeft VvE [naam 1] bewijsopdrachten gegeven om aan te tonen welk deel van het terrein herbestraat moest worden en dat de gemaakte kosten marktconform zijn. VvE [naam 1] moet ook toelichten welke kosten specifiek aan herbestrating en belijning zijn verbonden. De tegenvorderingen van VvE [naam 2] zijn afgewezen. De rechtbank vindt dat de parkeerpaaltjes niet de veiligheid of het gebruiksrecht van VvE [naam 2] belemmeren en dat het verhuren van een enkele parkeerplaats aan een derde partij niet bezwaarlijk is, gezien de toename van het aantal parkeerplaatsen.
Tot slot moedigt de rechtbank de partijen aan om opnieuw in overleg te treden of gebruik te maken van mediation om tot een schikking te komen, gezien de tijd, kosten en risico’s die verdere bewijsvoering met zich meebrengt.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



