De zaak in het kort
In deze zaak, behandeld door de rechtbank Midden-Nederland, heeft de verzoekster, een appartementseigenaar, een verzoek ingediend om diverse besluiten van de Algemene Ledenvergaderingen (ALV) van de Vereniging van Eigenaars (VvE) nietig te verklaren of te vernietigen. Deze verzoeken waren gericht op besluiten die zijn genomen tijdens de ALV’s van 11 juli 2024 en 11 juni 2025. De verzoekster stelde dat deze besluiten onwettig waren en vroeg om herziening. De rechtbank oordeelde echter dat de verzoeken moesten worden afgewezen en veroordeelde de verzoekster in de proceskosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De verzoekster is eigenaar van een appartementsrecht in een gebouw dat is gesplitst in zeven appartementen. De VvE is opgericht volgens de splitsingsakte van 1978. De verzoekster diende een verzoekschrift in om besluiten van de ALV’s van 2024 en 2025 nietig te verklaren of te vernietigen, met het argument dat deze vergaderingen buiten de voorgeschreven vijfmaandentermijn waren gehouden. Ze stelde ook dat bepaalde besluiten die tijdens deze vergaderingen waren genomen, onwettig waren.
Tijdens de mondelinge behandeling op 24 december 2025 verschenen beide partijen, waarbij de verzoekster werd vertegenwoordigd door drs. [A], en de VvE door mr. J.G.M. Scholte. De VvE voerde verweer tegen de verzoeken van de verzoekster, en de kantonrechter moest beslissen over de bevoegdheid van de rechtbank en de inhoud van de verzoeken.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beoordeelde dat de ALV’s geen besluiten zijn in de zin van de wettelijke artikelen die verzoekster aanhaalde. De overschrijding van de vijfmaandentermijn had geen sanctie en was minimaal. De rechtbank vond dat de verzoekster geen belang had bij haar verzoeken tot nietigverklaring en vernietiging van de ALV’s.
Voor de specifieke besluiten die verzoekster aanvocht, oordeelde de rechtbank als volgt:
– **Agendapunt 2 (vaststelling van de aanwezige stemmen):** De rechtbank oordeelde dat de volmacht die was afgegeven door de erfgenaam van een overleden lid rechtsgeldig was en dat het besluit rechtsgeldig was genomen.
– **Agendapunt 3 (mededelingen van het bestuur):** De rechtbank vond dat het bestuur niet verplicht was om bepaalde mededelingen te doen en dat de verzoeken van de verzoekster hierover ongegrond waren.
– **Agendapunt 4 (goedkeuring van notulen):** De rechtbank oordeelde dat notulen een weergave zijn van wat is besproken en dat latere vernietigingen van besluiten geen reden zijn om notulen aan te passen.
– **Agendapunt 5 (jaarrekening 2024):** De rechtbank vond dat de definitieve jaarrekening nog moest worden goedgekeurd en dat de verzoeken van de verzoekster voorbarig waren.
– **Agendapunt 6 (onderhoud en verduurzaming):** De rechtbank oordeelde dat het besluit om offertes op te vragen geen rechtsgevolgen had en daarom niet vernietigbaar was.
– **Agendapunt 7 (begroting 2025):** De rechtbank vond dat het besluit rechtsgeldig was genomen en dat de omissie in de begroting hersteld was tijdens de ALV.
De rechtbank concludeerde dat alle verzoeken van de verzoekster moesten worden afgewezen en veroordeelde haar tot betaling van de proceskosten van de VvE. De kantonrechter adviseerde beide partijen om mediation te overwegen, gezien de bredere context van hun geschil.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




