De zaak in het kort
In deze juridische kwestie voor de rechtbank Midden-Nederland, willen de eisers, [eiser sub 1] en [eiseres sub 2], de ontbinding van de huurovereenkomst met de gedaagde, [gedaagde], vanwege een aanzienlijke huurachterstand. Ze eisen tevens dat de gedaagde de woning ontruimt en de openstaande huur, inclusief rente en kosten, betaalt. De gedaagde betwist deze eisen en voert aan dat de ontbinding en ontruiming ongerechtvaardigd zijn wegens een te korte termijn na een ‘vroegsignalering’ melding bij de gemeente. Bovendien stelt hij dat de huurachterstand onvoldoende hoog is om ontbinding te rechtvaardigen en vordert hij in reconventie onterecht betaalde servicekosten terug.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een dagvaarding van de eisers, waarna de gedaagde een conclusie van antwoord indiende, tevens een eis in reconventie. De gedaagde verzocht ook om een besloten zitting, wat door de kantonrechter werd afgewezen. Tijdens de mondelinge behandeling op 20 januari 2026 zijn de standpunten toegelicht. De eisers hebben hun eis in conventie kort voor de mondelinge behandeling vermeerderd, maar een vordering voor een gebroken ruit weer ingetrokken na herstel door de gedaagde. Na het sluiten van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter besloten vonnis te wijzen.
De kern van de zaak betreft de ontbinding van de huurovereenkomst voor een woning in Amersfoort en de ontruiming van de gedaagde. De eisers stellen dat de gedaagde een huurachterstand heeft van € 15.997,75, ongeveer zeven maanden huur. De gedaagde betwist de hoogte van de huurachterstand en voert aan dat de huurverhogingen onterecht zijn. De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde moet voldoen aan de huurverhogingen zoals overeengekomen, en dat de huurachterstand rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming.
De gedaagde heeft in reconventie een vordering tot terugbetaling van onverschuldigd betaalde servicekosten ingesteld, wat de kantonrechter toewijst. De kantonrechter oordeelt dat de servicekosten niet voldoende gespecificeerd zijn volgens de wet en dat sommige kosten, zoals groot onderhoud, niet als servicekosten mogen worden gerekend. Daarom worden de servicekosten van € 4.093,98 terugbetaald, wat in conventie door verrekening tenietgaat.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beslist dat de huurovereenkomst ontbonden wordt per de datum van het vonnis. De gedaagde moet de woning binnen 14 dagen ontruimen. De achterstallige huur van € 15.997,75 moet betaald worden, evenals de huur voor februari 2026 naar rato en een gebruiksvergoeding tot de daadwerkelijke ontruiming. De wettelijke rente over de huurachterstand is verschuldigd. De gedaagde moet ook de proceskosten in conventie van € 1.400,47 betalen.
In reconventie worden de servicekosten terugbetaald, de wettelijke rente over deze bedragen wordt toegewezen, evenals de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 646,62. De eisers moeten de proceskosten in reconventie van € 423,00 betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het direct van kracht is, zelfs als er hoger beroep wordt ingesteld.
De kantonrechter wijst het beroep van de gedaagde op ‘vroegsignalering’ af, omdat hij sinds het ontstaan van de huurachterstand voldoende tijd heeft gehad om schuldhulpverlening in gang te zetten, maar hij heeft die mogelijkheid niet benut. De verklaring van recht dat er geen servicekosten verschuldigd zijn, wordt afgewezen omdat er aannemelijk is dat er wel aan bewoning gerelateerde servicekosten zijn gemaakt. Het verzoek om een terme de grâce wordt afgewezen gezien het ontbreken van enig perspectief op betaling door de gedaagde.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



