De zaak in het kort
De rechtbank Midden-Nederland heeft uitspraak gedaan in een geschil over de verwijdering van een geveltuin in Utrecht. De eiser had bezwaar gemaakt tegen de mededeling van de burgemeester dat de geveltuin zou worden verwijderd. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard door de burgemeester, omdat de mededeling werd gezien als een feitelijke handeling en niet als een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De eiser was het daar niet mee eens en stelde beroep in bij de rechtbank. De rechtbank moest bepalen of de mededeling als een besluit kon worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de mededeling geen besluit is en verklaarde het beroep ongegrond.
Het verloop van het proces en de feiten
De eiser, een bewoner van een bovenwoning, had samen met de eigenaar van de benedenwoning in 2018 de gemeente verzocht om een geveltuin aan te leggen. De geveltuin werd in 2019 aangelegd. In augustus 2024 verzocht de eigenaar van de benedenwoning om de geveltuin te verwijderen vanwege vochtproblemen. De burgemeester informeerde de eiser per e-mail dat de geveltuin zou worden verwijderd, en dit gebeurde op 24 september 2024. De eiser maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar de burgemeester verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De eiser stelde vervolgens beroep in.
Tijdens de zitting op 13 augustus 2025 werd de behandeling van de zaak geschorst, zodat de burgemeester vragen over de bevoegdheid om de geveltuin te verwijderen kon beantwoorden. De burgemeester gaf schriftelijk antwoord, waarna de eiser om een tweede zitting vroeg. Deze zitting vond plaats op 17 december 2025.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beoordeelde of de mededeling van de burgemeester een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan gericht op rechtsgevolg. De rechtbank stelde vast dat de mededeling een feitelijke handeling betrof en niet gericht was op rechtsgevolg. Het besluit om de geveltuin te verwijderen was daarom geen besluit waartegen bezwaar kon worden gemaakt.
De rechtbank overwoog dat er in Utrecht een zelfbeheerbeleid bestaat voor het aanleggen van geveltuinen, waardoor burgers zonder vergunning geveltuinen kunnen aanleggen als ze zich aan bepaalde voorwaarden houden. Dit beleid creƫert geen rechten of plichten en is gericht op vrijwillig beheer van de openbare ruimte door burgers. De mededeling dat de geveltuin verwijderd zou worden, was een mededeling van een feitelijke handeling en geen besluit.
De rechtbank ging ook in op de argumenten van de eiser. De eiser stelde dat hij toestemming had moeten geven als lid van de Vereniging van Eigenaars (VvE) en dat de subsidie voor de geveltuin een besluit tot aanleg en verwijdering impliceerde. De rechtbank oordeelde dat de subsidieverlening losstaat van de feitelijke handeling van verwijdering en geen besluit impliceert.
Ten slotte wees de rechtbank erop dat de eiser, als hij meent dat de geveltuin onrechtmatig is verwijderd en hij schade heeft geleden, hiervoor naar de civiele rechter moet gaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en kende geen proceskostenvergoeding toe aan de eiser. De eiser heeft de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




