De zaak in het kort
De rechtbank Midden-Nederland heeft uitspraak gedaan in een civielrechtelijke zaak rondom een appartementsrecht. De eigenaren van een kantoorruimte, [verzoekster sub 1] c.s., verzochten om het gebruik van hun appartementsrecht te wijzigen van kantoorruimte naar woonruimte. Dit verzoek werd afgewezen door de Vereniging van Eigenaren (VVE), waarna de eigenaren naar de rechtbank stapten om het besluit te laten vernietigen en een vervangende machtiging te verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat er geen besluit door de VVE was genomen dat vernietigd kon worden en dat een wijziging van de splitsingsakte nodig was voor het gewenste afwijkende gebruik. Het verzoek werd uiteindelijk afgewezen en [verzoekster sub 1] c.s. werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten.
Het verloop van het proces en de feiten
[Verzoekster sub 1] c.s. zijn sinds december 2021 eigenaren van een kantoorruimte in een appartementencomplex in [plaats 4]. Zij wilden de kantoorruimte omzetten naar woonruimte en hadden hiervoor in januari 2024 een omgevingsvergunning van de gemeente verkregen. Ondanks deze vergunning, wees de VVE herhaaldelijk verzoeken van [verzoekster sub 1] c.s. af om de kantoorruimte als woonruimte te gebruiken. Op een vergadering van de VVE op 24 juli 2025 werd wederom geen toestemming gegeven voor de wijziging van het gebruik van de kantoorruimte naar woonruimte.
Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak op 13 januari 2026 hebben partijen hun standpunten verder toegelicht. [Verzoekster sub 1] c.s. benadrukten de voordelen van het omzetten naar woonruimte, zoals de grote vraag naar woningen en de mogelijkheid om beter te selecteren op huurders. De VVE daarentegen was van mening dat een wijziging van de bestemming een aanpassing van de splitsingsakte vereiste en dat het risico op overlast groter zou zijn bij gebruik als woonruimte.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter moest beslissen of er op de vergadering van 24 juli 2025 een besluit was genomen door de VVE dat vernietigd kon worden. De rechter oordeelde dat er geen rechtsgeldig besluit was genomen, aangezien de bijeenkomst slechts een inventarisatie was van de meningen van de leden, zonder een rechtsgevolg. Hierdoor kon het besluit niet worden vernietigd.
Daarnaast had [verzoekster sub 1] c.s. om een vervangende machtiging verzocht op basis van artikel 5:121 BW. De rechter wees dit verzoek ook af, omdat voor een afwijkend gebruik dat niet tijdelijk en persoonlijk van aard is en eenvoudig te herstellen, een wijziging van de splitsingsakte noodzakelijk is. Het voorgestelde gebruik voor maximaal 25 jaar werd niet als tijdelijk aangemerkt.
De kantonrechter concludeerde dat de plannen van [verzoekster sub 1] c.s. een wijziging van de goederenrechtelijke toestand van het appartement vereisten, waarvoor de splitsingsakte aangepast moest worden. Dit kon niet via een vervangende machtiging worden geregeld. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Tot slot werd [verzoekster sub 1] c.s. veroordeeld in de proceskosten van de VVE, die werden begroot op € 720,00, inclusief salaris voor de gemachtigde van de VVE. De kostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct moet worden nagekomen, ongeacht eventuele verdere rechtsmiddelen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




