De zaak in het kort
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan over het tijdelijk huisverbod dat de burgemeester van Baarn aan een inwoner heeft opgelegd. De burgemeester legde dit verbod op vanwege ernstige en herhaaldelijke hinder die de inwoner veroorzaakte in zijn woonomgeving. Het bezwaar van de inwoner tegen dit huisverbod werd ongegrond verklaard door de rechter. De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester alle stappen in het beleidskader correct had gevolgd en dat er voldoende redenen waren om het huisverbod op te leggen.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak draait om een inwoner van een appartementencomplex die sinds 2023 bekendstaat om het veroorzaken van ernstige overlast voor zijn buren. De situatie heeft geleid tot een sfeer van angst en onveiligheid in de buurt, met als gevolg dat sommige buren zijn verhuisd. Ondanks verschillende pogingen van de gemeente, buurtbewoners, en de Vereniging van Eigenaars (VvE) om de situatie te de-escaleren, bleef de overlast aanhouden.
De burgemeester van Baarn heeft in september 2024 een waarschuwingsbrief naar de inwoner gestuurd. Deze brief benoemde de overlast en gaf aan welke maatregelen zouden worden genomen als de overlast niet stopte. Na een geweldsincident in juni 2025, waarbij een persoon werd mishandeld, werd de inwoner door de strafrechter veroordeeld. Hierop legde de burgemeester een gedragsaanwijzing op om alle communicatie met bewoners en bezoekers van het complex te staken. Bij niet-naleving zou een dwangsom van €1.000,- worden verbeurd.
Desondanks vonden er in augustus en later dat jaar meerdere incidenten plaats, wat leidde tot een tweede gedragsaanwijzing en een hogere dwangsom van €1.500,- per overtreding. In februari 2026 vond een nieuw incident plaats, waarbij de inwoner probeerde het kappen van een boom te verhinderen, wat uiteindelijk leidde tot het opleggen van een huisverbod voor tien dagen.
De beslissing van de rechtbank.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht een huisverbod had opgelegd. De rechter stelde vast dat de inwoner herhaaldelijk ernstige overlast had veroorzaakt, zoals bleek uit rapportages, proces-verbaal, en verklaringen van betrokkenen. Het incident op 3 februari 2026 bevestigde volgens de rechter het patroon van intimiderend en agressief gedrag van de inwoner.
De voorzieningenrechter vond ook dat de burgemeester de belangenafweging correct had uitgevoerd. Hoewel de inwoner geen concrete belangen had aangegeven die tegen het huisverbod pleitten, woog het belang van de openbare orde en de veiligheid van de omwonenden zwaarder dan het persoonlijke belang van de inwoner om in zijn woning te blijven. De burgemeester had bovendien aangeboden om voor twee nachten de hotelkosten te vergoeden en verwezen naar nachtopvang als vervangende woonruimte, wat door de rechter als voldoende werd beoordeeld.
Het beroep van de inwoner werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Hierdoor blijft het huisverbod in stand en krijgt de inwoner geen vergoeding voor griffierecht of proceskosten. De uitspraak laat de mogelijkheid open om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




