De zaak in het kort
Cambium Vastgoed B.V., eigenaar van twee van de vier appartementsrechten in een Vereniging van Eigenaars (VvE), wil haar appartementen onttrekken aan de VvE om een herontwikkeling mogelijk te maken. De medewerking van Dreef Beheer B.V., eigenaar van een ander appartementsrecht, is vereist voor de wijziging van de splitsingsakte, maar Dreef Beheer weigert toestemming te geven. Cambium vraagt de kantonrechter om een vervangende machtiging op grond van artikel 5:140 BW, omdat Dreef Beheer zonder redelijke grond haar medewerking weigert. De kantonrechter verleent Cambium deze machtiging, maar wijst het verzoek om de onroerende zaken meteen te verdelen af, aangezien dit via een dagvaardingsprocedure moet worden behandeld.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begint met een verzoekschrift van Cambium voor een vervangende machtiging om de splitsingsakte te wijzigen, zodat hun twee appartementen aan de VvE kunnen worden onttrokken. Dit is noodzakelijk voor de herontwikkeling van een nabijgelegen pand tot een complex met 63 huurwoningen. Dreef Beheer dient een verweerschrift in waarin zij de weigering van medewerking verdedigt. De zaak wordt behandeld in een zitting waarbij beide partijen hun standpunten toelichten. Cambium bezit 50% van het stemrecht in de VvE, maar de overige toestemming ontbreekt vanwege de weigering van Dreef Beheer.
Historisch gezien is het complex in 2001 gesplitst in vier appartementsrechten. Cambium bezit de rechten voor de begane grond, die zij wil herontwikkelen, terwijl Dreef Beheer een van de andere appartementsrechten bezit. De VvE is nooit actief geweest, en Cambium en de andere eigenaar, [belanghebbende], stemmen in met de wijziging van de splitsingsakte. De Rabobank, als hypotheekhouder, geeft eveneens akkoord. Dreef Beheer, echter, weigert goedkeuring, wat de voortgang van de plannen van Cambium belemmert.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter moet beoordelen of de weigering van Dreef Beheer redelijk is. Artikel 5:140 BW biedt de mogelijkheid voor een vervangende machtiging als een eigenaar zonder redelijke grond weigert. Cambium heeft de helft van het aantal stemmen en kan daarom een verzoek indienen. De rechter moet volledig toetsen of de weigering van Dreef Beheer zonder redelijke grond is.
De kantonrechter concludeert dat Dreef Beheer zonder redelijke grond haar medewerking weigert en verleent de gevraagde vervangende machtiging. De argumenten van Dreef Beheer, zoals het verlies van inspraak, mogelijke huurderving en constructieve problemen, worden onvoldoende onderbouwd geacht. De kantonrechter wijst erop dat de voorgenomen herontwikkeling meer voordelen voor de buurt biedt en dat er geen significante gemeenschappelijke elementen zijn die de splitsing rechtvaardigen.
Voor het verzoek om de onroerende zaken meteen te verdelen, geeft de kantonrechter aan dat dit niet binnen de bevoegdheid valt van de verzoekschriftprocedure en dat een aparte dagvaardingsprocedure nodig is. Daarom wordt dit verzoek afgewezen. De kantonrechter legt Dreef Beheer een dwangsom op om binnen veertien dagen medewerking te verlenen aan het passeren van de notariële akte. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Cambium de herontwikkeling direct kan voortzetten.
Bovendien wordt Dreef Beheer veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, aangezien zij grotendeels in het ongelijk is gesteld. De kantonrechter wijst ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe.
In conclusie, de kantonrechter geeft Cambium de benodigde vervangende machtiging om de splitsingsakte te wijzigen, en legt Dreef Beheer de verplichting op om mee te werken, met inachtneming van een dwangsom bij niet-naleving. Verdere juridische stappen zijn nodig voor de verdeling van de eigendom, waarvoor een aparte procedure moet worden gestart.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



