De zaak in het kort
De rechtbank Noord-Holland heeft op 5 juni 2025 een zaak behandeld waarbij een Vereniging van Eigenaren (VvE) een geschil had met twee eigenaren van een appartement over de betaling van servicekosten. De eigenaren, [gedaagde 1] en [gedaagde 2], hadden gedurende een langere periode geen servicekosten betaald en betwistten dat zij deze verschuldigd waren zonder een factuur of verdere documentatie te hebben ontvangen. De VvE eiste betaling van de openstaande bedragen, inclusief bijkomende incassokosten en rente. De rechtbank heeft de VvE in het gelijk gesteld en de eigenaren veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 30 oktober 2024, waarin de VvE betaling eiste van servicekosten die waren opgelopen tot € 8.949,19, inclusief hoofdsom, incassokosten en rente. De eigenaren van het appartement, die het pand verhuren en zelf elders wonen, hadden voorafgaand aan de dagvaarding meerdere herinneringen en een sommatie tot betaling ontvangen. Ondanks deze pogingen om tot betaling te komen, hadden de eigenaren aangegeven geen eerdere communicatie te hebben gehad over de openstaande vordering.
Tijdens het proces betwistten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de hoogte van de servicekosten, omdat zij geen facturen of andere informatie van de VvE hadden ontvangen. Zij gaven aan dat zij niet in staat waren om de juistheid van de gevorderde kosten te verifiëren. De VvE overhandigde echter specificaties van de servicekosten voor de jaren 2022 tot en met 2024, die voorafgaand aan de zitting werden overlegd. Deze specificaties waren volgens de kantonrechter voldoende om de verschuldigdheid van de kosten aan te tonen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank stelde vast dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de servicekosten verschuldigd waren aan de VvE, ongeacht of zij hiervoor facturen hadden ontvangen. De verschuldigdheid van de kosten volgde uit de akte van levering van het appartement. De kantonrechter oordeelde dat het aan de eigenaren was om hun betalingsverplichtingen na te komen en bij onduidelijkheden tijdig navraag te doen bij de VvE. Dat zij hadden nagelaten om eerder in contact te treden met de VvE kwam voor hun rekening en risico.
De rechtbank veroordeelde [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van de hoofdsom van € 7.335,03, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024. Daarnaast werden zij veroordeeld tot betaling van € 877,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, eveneens vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De proceskosten werden begroot op € 1.450,61, inclusief nakosten, en moesten ook door de eigenaren worden voldaan.
De kantonrechter wees erop dat de VvE wellicht de communicatie beter had kunnen inrichten, maar dat de eigenaren desondanks hun betalingsverplichtingen hadden moeten nakomen. De veroordeling werd hoofdelijk uitgesproken, wat betekent dat beide eigenaren verantwoordelijk zijn voor de volledige betaling van de verschuldigde bedragen. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zodat de VvE direct tot incasso kon overgaan.
In samenvatting heeft de rechtbank bepaald dat de eigenaren, ondanks hun verweer over ontbrekende facturen, de verschuldigde servicekosten en bijkomende kosten aan de VvE moeten betalen. De uitspraak benadrukt het belang van het nakomen van contractuele verplichtingen binnen een VvE, ongeacht administratieve tekortkomingen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



