De zaak in het kort
De rechtszaak betreft een geschil tussen de Vereniging van Eigenaren (VvE) en twee eigenaren van een appartement over de betaling van achterstallige servicekosten. De VvE heeft de eigenaren, aangeduid als [gedaagde 1] en [gedaagde 2], gedagvaard voor het niet betalen van deze kosten. Het centrale punt van de zaak is de verschuldigdheid van servicekosten en of het niet ontvangen van een factuur hen ontslaat van hun betalingsverplichting.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 30 oktober 2024. Hierin eiste de VvE betaling van achterstallige servicekosten en bijkomende incassokosten. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn eigenaar van een appartement in een appartementencomplex en lid van de VvE. Zij verhuren het appartement en wonen zelf elders. De VvE had meerdere herinneringen en aanmaningen gestuurd naar het adres van de eigenaren, maar de betalingen bleven uit. Uiteindelijk eiste de VvE een totaalbedrag van € 8.949,19, inclusief hoofdsom, incassokosten en rente.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] voerden aan dat zij geen facturen of informatie over de verschuldigde servicekosten hadden ontvangen en betwistten daarom de hoogte van de vordering. In hun verweer benadrukten zij dat de VvE hen niet tijdig en adequaat had geïnformeerd, waardoor zij niet op de hoogte waren van de exacte kosten.
Tijdens de mondelinge behandeling op 8 mei 2025, presenteerde de VvE specificaties van de (service)kosten voor de jaren 2022 tot en met 2024. Deze specificaties omvatten kosten voor afrekeningen en bijdragen voor groot onderhoud. De VvE benadrukte dat voor de verschuldigdheid van servicekosten geen factuur vereist is, omdat deze verplichting voortvloeit uit de akte van levering van het appartement.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de servicekosten verschuldigd zijn, ongeacht het al dan niet ontvangen van facturen. De verplichting tot betaling was vastgelegd in de akte van levering, en hun nalatigheid om actie te ondernemen na ontvangst van de aanmaningen kwam voor hun eigen risico. De rechter wees de vordering van de VvE grotendeels toe en bepaalde dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een bedrag van € 7.335,03 aan hoofdsom moeten betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024.
Daarnaast werden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeeld tot betaling van € 877,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, eveneens vermeerderd met rente vanaf de dag van dagvaarding. De rechtbank wees ook de proceskosten toe aan de VvE, welke werden begroot op € 1.450,61. De rechter verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het direct ten uitvoer gelegd kan worden ondanks eventueel hoger beroep.
De kantonrechter benadrukte dat de eigenaren hun betalingsverplichting niet konden ontlopen door te beweren dat zij geen facturen hadden ontvangen, vooral gezien hun ervaring met het bezit van meerdere appartementen. De uitspraak onderstreept de verantwoordelijkheid van appartementseigenaren om op de hoogte te blijven van hun financiële verplichtingen binnen de VvE en tijdig te reageren op communicatie daarover.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.


