De zaak in het kort
De rechtbank Noord-Holland heeft de omgevingsvergunning voor een bouwproject aan Lagendijk 66 in Koog aan de Zaan, bekend als project Skylark, herzien en geweigerd. De oorspronkelijke vergunning was van rechtswege verleend, maar werd herroepen omdat de plannen in strijd zijn met het bestemmingsplan en het paraplubestemmingsplan over woningsplitsing. De eiser, die het niet eens was met de weigering, voerde diverse argumenten aan tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad. De rechtbank achtte echter dat de procesrechten van de eiser niet waren geschonden en dat het college terecht de vergunning geweigerd had.
Het verloop van het proces en de feiten
De eiser diende op 17 augustus 2022 een aanvraag in voor de verbouwing en uitbreiding van een pand, waarbij de horecafunctie zou worden omgebouwd tot winkelruimte en de woning zou worden opgesplitst in meerdere appartementen. Het bestemmingsplan Oud Koog – Rooswijk was van toepassing op het perceel, evenals paraplubestemmingsplannen met betrekking tot parkeren en woningsplitsing.
Op 7 december 2022 verleende het college de omgevingsvergunning van rechtswege, waarna verschillende omwonenden en de Vereniging van Eigenaren bezwaar maakten. Op 17 mei 2023 besloot het college, na advies van de bezwarencommissie, de vergunning te herroepen en de aanvraag te weigeren, omdat deze in strijd was met het bestemmingsplan en het paraplubestemmingsplan Woningsplitsing. De aanvraag voldeed niet aan de afwijkingsregels voor woningsplitsing en geluidsnormen. De eiser ging in beroep tegen deze beslissing.
Tijdens de zitting op 17 juli 2025 verdedigde de eiser zijn standpunt, bijgestaan door zijn gemachtigde en architecten. Derde-partijen, waaronder enkele omwonenden en de VvE, namen deel aan de beroepsprocedure.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de procesrechten van de eiser tijdens de bezwaarprocedure niet waren geschonden. Het college had zijn standpunten tijdig kenbaar gemaakt, en de eiser had voldoende gelegenheid om te reageren. Het argument dat enkele bezwaarmakers geen belanghebbenden waren, werd verworpen omdat andere bezwaarmakers wel ontvankelijk waren.
De rechtbank bevestigde dat het college gerechtigd was om een volledige heroverweging te doen van de aanvraag tijdens de bezwaarprocedure, conform artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het college had op juiste gronden de omgevingsvergunning herroepen en geweigerd vanwege strijd met het bestemmingsplan en het paraplubestemmingsplan Woningsplitsing. De eis tot woningsplitsing voldeed niet aan de vereisten van de Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2021, die een gebruiksoppervlak van minimaal 140 m² vereiste voor splitsing.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag, zoals ingediend, niet voldeed aan de voorwaarden voor een binnenplanse afwijking. De bestaande woning was kleiner dan het vereiste gebruiksoppervlak, waardoor een splitsingsvergunning op basis van de HVV 2021 niet kon worden verleend. De rechtbank stelde dat de vergunde situatie van december 2020, die de splitsing toestond, niet als uitgangspunt kon dienen, omdat de aanvraag de feitelijk bestaande situatie als basis nam.
De overige beroepsgronden met betrekking tot de overschrijding van de goothoogte en geluidsnormen hoefden niet te worden besproken, omdat de strijd met het paraplubestemmingsplan Woningsplitsing al voldoende reden was om de vergunning te weigeren.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eiser ongegrond, wat betekent dat de omgevingsvergunning definitief is geweigerd en de eiser geen proceskosten vergoed krijgt. Partijen die het niet eens zijn met de uitspraak kunnen binnen zes weken in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




