VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBNHO:2025:14643 kantonrechter onbevoegd in VvE-rectificatieconflict

by VvERechstpraak.nl
06/01/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze juridische kwestie heeft een eigenaar van een appartementsrecht, aangeduid als [eiser], een vordering ingediend tegen het bestuur van de Vereniging van Eigenaren (VvE) van zijn wooncomplex. De kern van de zaak betreft een verzoek om rectificatie van bepaalde uitlatingen die tijdens een algemene ledenvergadering zijn gedaan. Deze uitlatingen betroffen beschuldigingen aan het adres van [eiser] over het overtreden van privacyregels. [eiser] vorderde dat het bestuur schriftelijk zou rectificeren dat de beschuldigingen ongegrond waren. Het geschil kwam voor de kantonrechter, maar deze verklaarde zich onbevoegd omdat de waarde van de vordering onbepaald is, en er geen duidelijke aanwijzingen waren dat deze onder de € 25.000,00 zou liggen.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2025:14643 vordering tot rectificatie door VvE bestuur afgewezen

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 afwijzing aansprakelijkheid hijsschade door verkeerde partij dagvaarding

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 afwijzing schadeclaim bij hijswerkzaamheden wegens verkeerde gedaagde

Het verloop van het proces en de feiten

De procedure begon met een verzoekschrift van [eiser] op 15 januari 2025, waarin hij om rectificatie vroeg van de tijdens een ALV gedane uitlatingen. De kantonrechter oordeelde dat deze procedure niet geschikt was voor een verzoekschrift, maar voor een dagvaardingsprocedure. Dit leidde tot een dagvaarding van de vijf bestuursleden van de VvE op 7 maart 2025. Tijdens de ALV van 12 november 2024 waren de gemoederen hoog opgelopen, en meerdere bestuursleden hadden gesuggereerd dat [eiser] privacyregels had overtreden. Hij verzocht om deze aantijgingen te onderbouwen en in te trekken, wat niet gebeurde, waarna hij om rectificatie verzocht.

De pleitnota van [eiser] werd op 25 oktober 2025 ingediend, gevolgd door een aanvulling op 5 november 2025. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 november 2025. [eiser] stelde dat de beschuldigingen zijn eer en goede naam aantastten, en dat het gebrek aan rectificatie zijn reputatie binnen de VvE ernstig beschadigde. De bestuurders voerden verweer, stelden dat de kantonrechter niet bevoegd was gezien de mogelijk hogere waarde van de vordering, en dat [eiser] niet duidelijk had gemaakt welke beschuldigingen hij precies bedoelde.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank, vertegenwoordigd door de kantonrechter, beoordeelde dat de vordering van onbepaalde waarde was. Volgens de regels is de kantonrechter alleen bevoegd voor zaken met een waarde onder de € 25.000,00, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vordering deze waarde niet overstijgt. Dergelijke aanwijzingen ontbraken in deze zaak, waardoor de kantonrechter zich onbevoegd verklaarde.

De zaak werd daarom verwezen naar de handelskamer van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, voor een rolzitting op 21 januari 2026. Partijen werden geïnformeerd dat ze daar bij advocaat moeten verschijnen. Verder werd bepaald dat de beslissing over de proceskosten door de handelskamer zal worden genomen en dat er een verhoogd griffierecht verschuldigd zal zijn door [eiser] na verwijzing. Bovendien moeten de bestuurders ook griffierecht betalen, waarvan het bedrag afhankelijk is van de meest recente griffierechttabellen. Er werd op gewezen dat indien partijen onvermogend zijn, zij mogelijk in aanmerking komen voor een lager griffierecht, mits zij de juiste documentatie overleggen.

Dit vonnis, uitgesproken door mr. S.N. Schipper, maakt duidelijk dat de kantonrechter niet de juiste instantie is voor deze vordering en dat het geschil verder zal worden behandeld in een andere afdeling van de rechtbank.

Lees de originele uitspraak hier.

ADVERTISEMENT

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBAMS:2025:9078 vernietiging besluiten VvE over jaarrekeningen 2021-2022

Next Post

ECLI:NL:RBLIM:2025:12698 erfrechtelijke verdelingskwestie tussen erfgenamen

Gerelateerde uitspraken>>>

Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBNHO:2025:14643 vordering tot rectificatie door VvE bestuur afgewezen

07/01/2026
Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 afwijzing aansprakelijkheid hijsschade door verkeerde partij dagvaarding

02/01/2026
Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 afwijzing schadeclaim bij hijswerkzaamheden wegens verkeerde gedaagde

01/01/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.