De zaak in het kort
In deze zaak ging het om een geschil tussen een eigenaar van een appartementsrecht, aangeduid als [eiser], en het bestuur van een Vereniging van Eigenaren (VvE) in Noord-Holland. Tijdens een algemene ledenvergadering van de VvE ontstond een conflict waarbij het bestuur [eiser] beschuldigde van het overtreden van privacyregels. [eiser] verzocht om rectificatie van deze beschuldigingen, maar het bestuur weigerde hieraan gehoor te geven. Uiteindelijk leidde dit tot een juridische procedure waarin [eiser] eiste dat het bestuur van de VvE schriftelijk zou rectificeren en de beschuldigingen zou intrekken.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift dat [eiser] op 15 januari 2025 indiende, waarin hij om rectificatie vroeg van de uitlatingen die tijdens de algemene ledenvergadering van de VvE waren gedaan. [eiser] stelde dat de beschuldigingen zijn eer en goede naam schaadden en dat ze ongefundeerd waren. Hij gaf aan dat zijn vordering een waarde van € 25.000,00 niet zou overstijgen. De kantonrechter oordeelde echter op 28 februari 2025 dat de zaak niet geschikt was voor behandeling via een verzoekschrift en dat de procedure als een dagvaardingsprocedure voortgezet moest worden.
Op 7 maart 2025 dagvaardde [eiser] de vijf bestuursleden van de VvE afzonderlijk. In zijn vordering eiste hij dat het bestuur schriftelijk zou rectificeren dat de beschuldigingen van een datalek onjuist en ongegrond waren. De bestuursleden voerden verweer en stelden dat de kantonrechter niet bevoegd was omdat de vordering geen waarde van minder dan € 25.000,00 vertegenwoordigde. Bovendien voerden zij aan dat [eiser] onvoldoende had onderbouwd welke specifieke beschuldigingen onrechtmatig waren.
De zaak kwam uiteindelijk op 13 november 2025 voor een mondelinge behandeling. De kantonrechter moest beslissen of hij bevoegd was de zaak te behandelen en of de vordering van [eiser] gerechtvaardigd was.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat hij niet bevoegd was om de vordering van [eiser] te behandelen. Volgens de wet is de kantonrechter alleen bevoegd om zaken te behandelen waarvan de waarde niet hoger is dan € 25.000,00, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn dat een vordering van onbepaalde waarde onder die grens blijft. [eiser] had echter geen overtuigende aanwijzingen geleverd dat zijn vordering deze waardegrens niet overschreed. Hierdoor oordeelde de kantonrechter dat de zaak verwezen moest worden naar de handelskamer van dezelfde rechtbank, die bevoegd is om zaken van een hogere waarde te behandelen.
De kantonrechter verwees de zaak naar de handelskamer van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, en bepaalde dat de rolzitting op 21 januari 2026 zou plaatsvinden. Partijen moesten bij die zitting vertegenwoordigd zijn door een advocaat. De kantonrechter wees erop dat de handelskamer ook zou beslissen over de proceskosten, waaronder het door de kantonrechter berekende griffierecht voor [eiser]. Verder bepaalde de kantonrechter dat zowel [eiser] als de bestuurders van de VvE na verwijzing verhoogde griffierechten verschuldigd waren, afhankelijk van de meest recente tabellen op de website van de rechtspraak.
De kantonrechter gaf ook aan dat als een partij onvermogend is, deze een lager griffierecht kan betalen, mits er bewijs van onvermogendheid wordt overgelegd. Voor de bestuurders gold dat zij slechts eenmaal gezamenlijk griffierecht hoefden te betalen als zij door dezelfde advocaat werden vertegenwoordigd en gelijkluidende conclusies namen of verweer voerden.
De uitspraak werd op 10 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter, mr. S.N. Schipper. De zaak werd daarmee afgesloten bij de kantonrechter, maar zou verder behandeld worden door de handelskamer van de rechtbank. De beslissing benadrukte het belang van een juiste waardering van vorderingen in juridische procedures en de bevoegdheidsverdeling tussen verschillende kamers binnen de rechtbank.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




