De zaak in het kort
In deze zaak draait het om een conflict tussen de vereniging van eigenaars (VvE) en SKA Beheer B.V., betreffende het bestaan en de uitoefening van een erfdienstbaarheid tot parkeren. De discussie ontstond vooral toen een van de dienende erven werd verkocht met de voorwaarde dat het vrij van erfdienstbaarheden moest zijn. SKA Beheer, de huidige eigenaar van het dienende erf, beweert dat de erfdienstbaarheid niet geldig is of inmiddels is verjaard. De VvE wil de erfdienstbaarheid opheffen, omdat zij van mening is dat SKA geen redelijk belang meer heeft. De rechtbank wordt gevraagd om hierover te beslissen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een tussenvonnis op 4 juni 2025 en omvatte een mondelinge behandeling op 20 augustus 2025. In deze zaak werden verschillende producties en notities ingediend door beide partijen. De VvE, als eisende partij, vertegenwoordigd door mr. R.H.W. van Ewijk, en SKA Beheer als een van de gedaagde partijen, bijgestaan door mr. R.G. Meester, presenteerden hun argumenten. ABN AMRO Bank N.V., mede-gedaagde, verscheen niet ter zitting.
De zaak vindt zijn oorsprong in een akte van 2002, waarin een perceel werd gesplitst in appartementsrechten. Dit perceel huisvest nu een winkelboulevard met parkeerplaatsen en een toegangsweg. Er zijn erfdienstbaarheden gevestigd die de gebruikers van een horecapaviljoen het recht geven om te parkeren en over te steken via een inrit van het dienende erf. SKA Beheer bezit een perceel bestemd voor horeca, waar momenteel een FEBO en Subway zijn gevestigd. De VvE heeft een overeenkomst gesloten met McDonaldās voor de verkoop van enkele percelen, onder de voorwaarde dat deze vrij van erfdienstbaarheden worden geleverd.
De VvE betoogt dat omdat er op de verkochte percelen geen parkeerplaatsen zijn, er geen erfdienstbaarheid rust. Ze wil de erfdienstbaarheid opheffen om de verkoop aan McDonald’s te realiseren. SKA Beheer verzet zich hiertegen en wijst op het belang van het behouden van de erfdienstbaarheid voor toekomstige gebruiksmogelijkheden van hun perceel.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beoordeelt de inhoud van de erfdienstbaarheid op basis van de akte van vestiging en concludeert dat de erfdienstbaarheid geldig is en niet door verjaring is vervallen. De rechtbank acht dat SKA Beheer nog steeds een redelijk belang heeft bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid, gezien hun plannen voor toekomstige herinrichting van het perceel die de parkeerbehoefte kunnen vergroten.
De vordering van de VvE om de erfdienstbaarheid op te heffen wordt afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de verkoop van de percelen aan McDonald’s zonder erfdienstbaarheden niet kan worden gerealiseerd. Bovendien vindt de rechtbank dat de VvE een verkeerde interpretatie heeft van haar bevoegdheid om de locatie van de erfdienstbaarheid te veranderen. De rechtbank beslist dat de erfdienstbaarheid op perceel [kadaster nummer 5] blijft en dat SKA Beheer hier in de toekomst gebruik van mag maken.
De VvE wordt veroordeeld in de proceskosten, die oplopen tot een bedrag van ⬠2.120,00. ABN AMRO, hoewel niet verschenen, wordt in dezelfde uitspraak betrokken om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen. Daarmee worden ook de vorderingen ten opzichte van ABN AMRO afgewezen.
Uiteindelijk concludeert de rechtbank dat de erfdienstbaarheid blijft bestaan en dat de eigenaar van het heersende erf een redelijk belang heeft bij handhaving ervan. Dit betekent dat de koopovereenkomst met McDonald’s onder de huidige voorwaarden niet kan doorgaan zonder medewerking van SKA Beheer.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




