De zaak in het kort
In deze zaak bij de rechtbank Noord-Nederland gaat het om een geschil tussen een verhuurder en zijn huurders over de huurprijs en onderhoudsgebreken van een gehuurde woning. De huurders, aangeduid als [gedaagde partijen], hadden vocht- en schimmelproblemen in de woning gemeld, wat leidde tot een vermindering van hun huurgenot. De huurcommissie oordeelde dat de oorspronkelijke huurprijs van € 1.175,00 per maand te hoog was en stelde deze vast op € 690,01 per maand. De verhuurder, [eiser], was het hier niet mee eens en stelde dat de overeengekomen huurprijs redelijk was, aangezien het een geliberaliseerde huurprijs betrof. De huurders hadden bovendien schadevergoeding geëist voor de geleden schade aan hun eigendommen als gevolg van de vochtproblemen.
Het verloop van het proces en de feiten
Op 1 mei 2023 werd een huurovereenkomst afgesloten tussen [eiser] en [gedaagde partijen] voor een woning met een huurprijs van € 1.175,00 per maand. In oktober 2023 begonnen de huurders problemen met vocht en schimmel in de woning te ervaren. Ondanks hun meldingen aan het verhuurbedrijf [verhuurbedrijf], werden de problemen niet adequaat aangepakt. Een deskundige inspecteerde de woning en concludeerde dat de schimmelproblematiek ernstig was, veroorzaakt door een slechte dakconstructie.
De huurders vroegen de huurcommissie om de redelijkheid van de huurprijs te beoordelen, die vervolgens de huurprijs verlaagde naar € 690,01 per maand. Ondertussen zetten de huurders hun betalingen gedeeltelijk stop vanwege de onopgeloste gebreken. In april 2025 werden werkzaamheden uitgevoerd om de dakproblemen te verhelpen, waarna de vochtproblemen verdwenen.
De verhuurder vorderde in de rechtszaak de oorspronkelijke huurprijs, achterstallige huur, een contractuele boete en incassokosten. De huurders verweerden zich en vroegen om onderhoudswerkzaamheden, een lagere huurprijs, terugbetaling van te veel betaalde huur en schadevergoeding voor beschadigde eigendommen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de huurcommissie niet langer bindend was, aangezien de verhuurder tijdig de kantonrechter had gevraagd de huurprijs te beoordelen. De kantonrechter bepaalde dat de woning 156 punten waard was volgens het woningwaarderingsstelsel, wat de huurprijs geliberaliseerd maakte. De overeengekomen huurprijs werd daarom als redelijk beschouwd.
Echter, vanwege de ernstige vocht- en schimmelproblemen werd een tijdelijke huurverlaging van 30% toegewezen voor de periode van november 2023 tot april 2025. Daarnaast werd de verhuurder veroordeeld om € 6.538,89 terug te betalen aan de huurders voor de teveel betaalde huur als gevolg van deze problemen.
De rechtbank kende ook een schadevergoeding van € 2.915,00 toe voor de beschadigde apparatuur als gevolg van de vochtproblemen. Een aanvullende vordering voor schade aan een draaitafel werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de oorzaak.
De vordering van de verhuurder voor een contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen, omdat de huurders gerechtigd waren om een deel van de huur op te schorten vanwege de gebreken.
De proceskosten werden verdeeld: de huurders moesten de kosten in conventie betalen, terwijl de verhuurder de kosten in reconventie moest vergoeden.
De uitspraak benadrukt het belang van goed onderhoud en tijdige communicatie tussen huurders en verhuurders over gebreken, evenals de rol van de huurcommissie en kantonrechter bij het vaststellen van een redelijke huurprijs. Het vonnis biedt duidelijkheid over de rechten van huurders bij gebreken die het wooncomfort ernstig aantasten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




