De zaak in het kort
In deze civiele procedure voor de rechtbank Overijssel draait het om een huurgeschil tussen partij A (de verhuurder) en partij B (de huurder) met betrekking tot servicekosten van een appartement. Partij A wil dat de betalingsverplichtingen van partij B voor de servicekosten over de jaren 2020, 2021 en 2022 worden vastgesteld. Partij B heeft een tegenvordering ingediend, waarin hij stelt dat hij te veel servicekosten heeft betaald over de periode 2018-2022.
Het verloop van het proces en de feiten
Partij B huurt sinds februari 2018 een appartement van partij A in Deventer. De huurovereenkomst bevatte bepalingen over de servicekosten, waarbij een voorschot van €160 per maand was vastgesteld. Volgens de algemene bepalingen van de huurovereenkomst kan de verhuurder de redelijkerwijs voor rekening van de huurder komende servicekosten vaststellen, zonder rekening te houden met het feit of de huurder daadwerkelijk gebruik maakt van de diensten.
In de loop van de huurperiode ontstond er onenigheid over de hoogte van de servicekosten. Partij B heeft drie verzoeken ingediend bij de Huurcommissie om deze kosten vast te stellen, resulterend in uitspraken waarin de Huurcommissie lagere bedragen aan servicekosten vaststelde voor de jaren 2020, 2021 en 2022 dan wat partij A in rekening bracht. Partij A was het hier niet mee eens en heeft daarom de zaak voorgelegd aan de kantonrechter.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter diende te bepalen of de door partij A in rekening gebrachte servicekosten terecht waren en in hoeverre partij B deze kosten moest dragen. Het geschil draaide om de vraag of de specificatie van servicekosten, zoals vastgelegd in een allonge (aanvulling op de huurovereenkomst), was overeengekomen en of deze kosten redelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat de allonge, die partij B had ondertekend, rechtsgeldig was en dat de daarin gespecificeerde servicekosten in rekening gebracht konden worden. Hoewel partij B stelde dat hij voor gezien had getekend en niet voor akkoord, was de rechtbank van mening dat de ondertekening zonder nadere aanduiding impliceerde dat hij akkoord was met de specificatie van de kosten.
Met betrekking tot de servicekosten oordeelde de rechtbank dat:
– De verwarmingskosten voor gemeenschappelijke ruimten deels konden worden doorberekend, maar dat 25% hiervan voor rekening van partij A moest blijven omdat een deel van de ruimten voor partij B niet toegankelijk was.
– Voor nutsvoorzieningen werd 90% aan partij B doorberekend, zoals de Huurcommissie had bepaald, omdat partij A niet voldoende had gespecificeerd hoe deze kosten over individueel en algemeen gebruik verdeeld waren.
– Overige servicekosten zoals schoonmaak, glasbewassing, klein onderhoud, en een huismeester konden volledig aan partij B worden doorberekend, omdat deze in de allonge waren opgenomen en partij B hiervoor geen afdoend verweer had gevoerd.
De rechtbank stelde de betalingsverplichtingen van partij B voor de servicekosten vast op €2.617,88 voor 2020, €2.551,80 voor 2021, en €1.913,46 voor 2022. De vordering van partij B om bedragen terug te vorderen die hij volgens hem te veel had betaald, werd afgewezen, omdat de rechtbank de servicekosten lager vaststelde dan door partij B was betaald.
Ten aanzien van de proceskosten werd partij B veroordeeld om deze te betalen, omdat hij grotendeels in het ongelijk was gesteld. De legeskosten van partij A voor de Huurcommissie werden afgewezen, omdat hiervoor geen juridische basis bestond. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het direct uitgevoerd kan worden, zelfs als er beroep wordt aangetekend.
De uitspraak maakt duidelijk dat het belangrijk is om bij huurgeschillen duidelijke afspraken vast te leggen en dat de juridische betekenis van het ondertekenen van documenten niet licht moet worden opgevat. Ook legt de uitspraak de nadruk op het belang van gedetailleerde specificaties van servicekosten, vooral wanneer er gemeenschappelijke voorzieningen zijn waarover onenigheid kan ontstaan.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




