De zaak in het kort
In deze civiele zaak behandelt de rechtbank Overijssel een geschil tussen een verhuurder, aangeduid als partij A, en een huurder, aangeduid als partij B, over de servicekosten van een appartement in de jaren 2020, 2021 en 2022. Partij A heeft de rechter verzocht de betalingsverplichting van partij B vast te stellen na een eerdere procedure bij de Huurcommissie. Partij B daarentegen vordert terugbetaling van te veel betaalde bedragen over de jaren 2018 tot en met 2022.
Het verloop van het proces en de feiten
Partij B huurt sinds 1 februari 2018 een appartement van partij A. De huurovereenkomst bevat bepalingen over servicekosten, waaronder voorschotten voor verwarming en waterverbruik. De woning maakt deel uit van een groter appartementencomplex in Deventer met verschillende gemeenschappelijke voorzieningen. In de loop der jaren zijn er onduidelijkheden ontstaan over welke kosten onder de servicekosten vallen. In 2020 heeft partij B een allonge ondertekend die de specificatie van de servicekosten nader toelicht.
De Huurcommissie heeft in augustus 2024 uitspraken gedaan over de servicekosten voor de jaren 2020, 2021 en 2022. Zij stelde dat de betalingsverplichtingen van partij B lager waren dan door partij A werd gevorderd, voornamelijk omdat een deel van de gemeenschappelijke ruimten niet toegankelijk was voor partij B. Partij A was het hier niet mee eens en bracht de zaak voor de rechter, waardoor de beslissingen van de Huurcommissie kwamen te vervallen.
Tijdens de gerechtelijke procedure is uitgebreid stilgestaan bij de vraag of de allonge met daarin de specificatie van de servicekosten tussen beide partijen overeengekomen was. Partij B stelde dat hij slechts ‘voor gezien’ had getekend en zich misleid voelde. Partij A beriep zich op de gebruikelijke betekenis van een handtekening, namelijk instemming met de inhoud.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de allonge geldig en rechtsgeldig was overeengekomen tussen de partijen. De kantonrechter vond dat de handtekening van partij B op de allonge betekende dat hij akkoord ging met de servicekosten zoals daarin gespecificeerd. Het beroep van partij B op misleiding of dwaling werd door de rechtbank afgewezen, omdat hij onvoldoende feiten en omstandigheden had aangedragen om deze claims te onderbouwen.
De rechtbank stelde vast dat partij A het recht had om de in de allonge genoemde servicekosten bij partij B in rekening te brengen. Dit omvatte onder andere verwarmingskosten en kosten voor nutsvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten. Echter, omdat bepaalde gemeenschappelijke ruimten niet toegankelijk waren voor partij B, besloot de rechtbank dat niet alle kosten volledig doorbelast konden worden. De rechtbank stelde een redelijk percentage vast van 75% voor de verwarmingskosten en 90% voor de nutsvoorzieningen, die partij B diende te betalen.
Voor de kostenposten zoals schoonmaak, glasbewassing, klein onderhoud, glasverzekering, administratiekosten en de huismeester, oordeelde de rechtbank dat deze kosten wel door partij A in rekening konden worden gebracht, omdat deze in de allonge waren opgenomen en partij B daartegen onvoldoende verweer had gevoerd.
De rechtbank bepaalde de totale betalingsverplichting van partij B aan servicekosten over de jaren 2020, 2021 en 2022 op respectievelijk €2.617,88, €2.551,80 en €1.913,46.
Partij B’s vordering voor terugbetaling van vermeend te veel betaalde bedragen werd afgewezen, omdat in de gerechtelijke procedure bleek dat hij minder had betaald dan hij verschuldigd was. De proceskosten werden toegewezen aan partij A, omdat partij B grotendeels in het ongelijk was gesteld.
De rechtbank concludeerde dat partij B de proceskosten van €901,38 moest betalen, inclusief de wettelijke rente als deze niet tijdig zouden worden voldaan. In reconventie werden de vorderingen van partij B afgewezen en werden de proceskosten aan de kant van partij A op nihil gesteld, omdat de vorderingen van partij B voortvloeiden uit de hoofdvorderingen in conventie en beperkt van omvang waren.
Dit vonnis werd uitgesproken op 23 december 2025.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




