De zaak in het kort
In deze zaak speelt een conflict tussen de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een appartementencomplex en de vastgoedontwikkelaar Bruty B.V. Het conflict draait om de oplevering van een voormalig kantoorgebouw dat is getransformeerd tot een appartementencomplex. De VvE verwijt Bruty dat de gemeenschappelijke delen van het complex gebrekkig zijn opgeleverd en eist hiervoor schadevergoeding. Tegelijkertijd heeft Bruty een vordering tegen zowel de VvE als de eigenaren van de appartementen, omdat zij vindt dat de betalingen niet conform de afspraken zijn voldaan. Door de rechtbank Overijssel zijn twee procedures gevoerd, waarbij de rechtbank heeft besloten deze zaken te voegen vanwege hun onderlinge samenhang.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedures betreffen de transformatie van een voormalig kantoorgebouw in een wooncomplex, bestaande uit meerdere appartementen. Bruty B.V. is verantwoordelijk voor dit vastgoedproject. Na de transformatie zijn een aantal appartementen verkocht, terwijl Bruty eigenaar bleef van enkele onverkochte appartementen. De VvE, die na de verkoop van de eerste appartementen werd opgericht, klaagt dat Bruty de gemeenschappelijke delen niet deugdelijk heeft opgeleverd. Dit leidde tot een juridische procedure waarin de VvE schadevergoeding eist voor het nalaten van herstel van gebreken door Bruty. De VvE vordert een vervangende schadevergoeding van meer dan € 100.000 voor de gebreken en de toekomstige kosten.
Bruty verweert zich tegen de vorderingen door te stellen dat de oplevering conform de afspraken plaatsvond en dat de vermeende gebreken niet bestaan. Tevens heeft Bruty een tegenvordering ingediend, waarin zij vraagt om opheffing van conservatoir beslag en schadevergoeding voor de kosten van energie en water die volgens haar onterecht door de VvE zijn genoten.
Daarnaast heeft Bruty afzonderlijke vorderingen tegen individuele eigenaren van de appartementen, [partij A 1] en [partij A 3], omdat zij volgens Bruty hun financiële verplichtingen uit de koopovereenkomsten niet zijn nagekomen. Deze vorderingen omvatten onder andere de betaling van resterende bedragen uit de koopovereenkomsten en veroordeling tot het overschrijven van nutsvoorzieningen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft besloten om de twee afzonderlijke procedures te voegen. Dit is gedaan omdat de zaken verknocht zijn; ze zijn juridisch en feitelijk nauw met elkaar verbonden. De rechtbank oordeelt dat de vorderingen en de verweermiddelen van de partijen in belangrijke mate overlappen en dat een gezamenlijke behandeling van de zaken een consistente en samenhangende uitspraak bevordert. De rechtbank overweegt dat het geschil draait om dezelfde juridische en feitelijke kernvragen, namelijk de gebreken aan de gemeenschappelijke delen en de betalingsverplichtingen van de betrokken partijen.
De rechtbank veroordeelt de VvE en de individuele appartementseigenaren [partij A 1] en [partij A 3] in de proceskosten van het incident. Deze kosten zijn vastgesteld op € 842, inclusief nakosten en eventuele kosten van betekening indien niet tijdig wordt betaald. De rechtbank heeft de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de uitspraak direct ten uitvoer kan worden gelegd, ondanks eventuele hoger beroep.
De zaken zijn door de rechtbank gepland voor voortzetting op 18 maart 2026, voor het indienen van conclusies van antwoord in de respectieve procedures. Hiermee wordt de inhoudelijke behandeling van de geschillen voortgezet, waarbij de rechtbank zich zal buigen over de merites van de vorderingen en de verweren van de partijen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



