De zaak in het kort
In deze zaak heeft de Vereniging van Eigenaars (VVE), hierna [eiser], een kort geding aangespannen tegen twee appartementseigenaren, hierna gedaagden, om hun medewerking te verkrijgen voor de uitvoering van verduurzamingsmaatregelen in een appartementencomplex. Het gaat om het vervangen van kozijnen en het aanbrengen van isolatie in kruipruimtes en op balkons. De gedaagden weigerden mee te werken aan deze maatregelen, waardoor de voortgang van de werkzaamheden in gevaar kwam. [eiser] eiste dat de gedaagden werden veroordeeld tot medewerking, onder dreiging van een dwangsom. De rechtbank Rotterdam gaf [eiser] gelijk en veroordeelde de gedaagden om mee te werken aan de verduurzamingsmaatregelen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 20 september 2025. De mondelinge behandeling vond plaats op 2 oktober 2025. Tijdens de zitting werd duidelijk dat de twaalf appartementen in kwestie zijn gesplitst in appartementsrechten volgens een notariële akte uit 1997. [eiser] is de VVE die het beheer voert over het complex. De verduurzamingsmaatregelen waren goedgekeurd tijdens een vergadering van eigenaars op 24 juli 2024, waarbij ook een lening werd afgesloten bij het Nationaal Warmtefonds.
De gedaagden waren van mening dat zij niet verplicht waren om de vlonders van hun balkon te verwijderen en de kruipruimte leeg te maken, omdat deze tot hun privé-eigendom behoren. Zij betwistten de rechtmatigheid van het besluit van 24 juli 2024 en vonden de verduurzamingsmaatregelen onnodig en schadelijk, aangezien het te gebruiken isolatiemateriaal volgens hen giftig was.
Het splitsingsreglement van 1992, dat van toepassing is op het appartementencomplex, bevat bepalingen die eigenaren verplichten om medewerking te verlenen aan werkzaamheden aan gemeenschappelijke gedeelten en zaken, zelfs als toegang tot privé-gedeelten noodzakelijk is.
De beslissing van de rechtbank
De voorzieningenrechter oordeelde dat [eiser] een spoedeisend belang had bij de uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen. De rechter stelde vast dat de werkzaamheden alleen in september en oktober konden plaatsvinden vanwege ecologische restricties opgelegd door de gemeente. Als de werkzaamheden niet voor eind oktober 2025 zouden worden afgerond, zouden ze pas in het najaar van 2026 kunnen worden hervat, met aanzienlijke financiële en administratieve gevolgen.
Het besluit van 24 juli 2024 werd als rechtsgeldig beschouwd, aangezien eventuele gebreken bij de totstandkoming van het besluit niet automatisch tot ongeldigverklaring leiden, tenzij het besluit formeel wordt vernietigd. De voorzieningenrechter benadrukte dat de gedaagden verplicht waren om hun medewerking te verlenen aan de verduurzamingsmaatregelen, zoals bepaald in het splitsingsreglement, dat stelt dat gemeenschappelijke gedeelten te allen tijde goed bereikbaar moeten zijn.
De rechtbank legde aan de veroordeling een dwangsom op van € 1.000 per dag, met een maximum van € 5.000, om de gedaagden te dwingen hun medewerking te verlenen. De vordering om de gedaagden te dwingen hun woning tijdelijk te ontruimen werd afgewezen, omdat [eiser] niet voldoende had onderbouwd waarom deze maatregel noodzakelijk was.
De gedaagden werden tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die werden begroot op € 1.760,47. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk kon worden uitgevoerd, zelfs als een van de partijen in hoger beroep zou gaan.
Samenvattend bevestigde de rechtbank de verplichting van appartementseigenaren om mee te werken aan de uitvoering van verduurzamingsmaatregelen in gemeenschappelijke gedeelten, zelfs als dit toegang tot hun privé-ruimte vereist. Dit vonnis onderstreept het belang van samenwerking binnen een VVE bij het uitvoeren van noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden en verduurzamingsprojecten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




